Ik merk het elke keer als ik met hoteliers spreek: de wereld van campings, glamping en vakantieparken wordt nog steeds gezien als iets buiten de echte hospitality. Immers: het is geen hotel. Er wordt zelfs een beetje neergekeken op campings en vakantie- & bungalowparken waar gezinnen met kinderen met vouwwagens bivakkeren of in mobilhomes verblijven. Maar in Frankrijk heet deze sector al decennialang gewoon Hotellerie de Plein Air. Buitenhotels dus. Het woord ‘hotel’ staat er niet voor niets in. Ja, het gaat dan over kamperen, vaak in een tent. Alleen zijn die tenten inmiddels luxer dan menig hotelkamer.

Onlangs organiseerde ik een inspiratiereis voor dertig Nederlandse recreatieondernemers naar de SETT in Montpellier. De grootste vakbeurs van Europa voor campings en vakantieparken. Alles wat je op een hotelbeurs vindt, staat hier ook: architecten, designers, franchiseformules, digitale oplossingen, investeerders, outdoor-wellness, high-end concepten. Alleen dus gericht op recreatiesector.


We bezochten naast de beurs nog vier locaties in de regio: Sérignan Plage, La Dragonnière, Club Farret en de Boutique Retraite Blendin. Vooral laatstgenoemde laat zien wat er gebeurt als hotel-denken naar buiten verhuist.
Blendin is namelijk geen klassiek campingmerk. Het is een concept uit de koker van Jeroen Postma, bekend van Qurios, ooit verkocht aan Roompot. Blendin is zijn nieuwe kindje en kennen we in Nederland van het luxe hotel in Bloemendaal. Sinds kort staat er dus ook een Franse versie in Zuid-Frankrijk vlakbij Agde: een high-end short-stay bestemming met designlodges en een service-aanpak die hotel-achtig is.
Het past in een bredere trend: buitenverblijven die hotelkwaliteit bieden. In het hoogseizoen kost zo’n lodge in Zuid-Frankrijk inmiddels 500 tot 600 euro per nacht, en dat is geen geval op zich. De markt accepteert het, omdat het product klopt en een beleving op een goede locatie wordt verkocht.

Naar mijn idee blijven hoteliers en de hotelsector soms nog te veel denken in segmenten die los van elkaar staan: hotel, B&B, camping of bungalowpark. Alsof het telkens iets anders is. Maar de gast kijkt helemaal niet in die categorieën. Die stelt maar drie vragen:
1. Is het mooi?
2. Is het comfortabel?
3. Is het memorabel?
Wie “ja” scoort op die drie, wint. Of dat nu met beton, canvas, hout of staal gebeurt, maakt de gast niet uit. Die komt wel en wil als gast ontvangen worden, ook op een glamping locatie. Wat outdoor hospitality naar mijn idee dus zo interessant maakt voor hoteliers zijn de volgende zaken:
• het is goedkoper en sneller te bouwen dan een hotel
• het is modulair en schaalbaar
• het laat veel meer productvariatie toe dan kamers
• het combineert ruimte, natuur en design op een manier die een hotel nooit kan kopiëren
De grens tussen hotel en camping bestaat mijn inziens dus vooral in de hoofden van aanbieders, niet in die van gasten. Buiten is geen tweede rang, geen kamperen-plus, maar een volwaardige vorm van hospitality.
Glamping is geen tent met een strik erom. Het is een hotelservice met buitenlucht en ruimte.