Een heerlijk kritisch en schurend interview met Marijke Vuik – landelijk voorzitter Koninklijke Horeca Nederland.
Op maandag 23 februari 2026 trad het nieuwe kabinet onder leiding van minister-president Jetten aan. Precies op die dag spraken we met Marijke Vuik, landelijk voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland en dan ontkom je vanzelf niet aan dé vraag van dat moment: wat mag de horeca in Nederland verwachten van dat nieuwe kabinet? En, hoe zal Marijke Vuik die lobby gaan vormgeven want… de horeca in ons land staat voor ongekende uitdagingen.
Zo gaan ontzettend veel horecaondernemers gebukt onder de coronaschulden. Kunnen ze die ooit afbetalen en welke impact heeft dat op de bedrijfsvoering en vooral: hebben veel horecagelegenheden nog wel toekomst? Daarnaast is er sprake van een enorme schaarste op de arbeidsmarkt. Hoewel ná de coronaperiode veel horecabedrijven er nog wel in slaagden om nieuw personeel te werven, blijft het een zoektocht. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de ontwikkelingen op het gebied van Artificial Intelligence. Is de horeca al klaar om AI te omarmen én efficiënter te werken.
Marijke Vuik is in ieder geval een voorzitter met visie. Dat is niet onlogisch: ze werkt en onderneemt al vanaf haar 22e in de horeca – ze heeft meerdere cafés en restaurants – en juist daarom weet ze als geen ander wat de horeca nodig heeft om te overleven én zeker ook wat de horeca juist niet nodig heeft: strikte wet- en regelgeving.
Presentator Jerry Helmers bevraagt haar hierover in een 55 minuten durende boeiende aflevering uit de serie Hotelvak – De Podcast. Aan Marijke worden ook stevige stellingen voorgelegd, zoals bijvoorbeeld de vraag of het oké is dat je als gast in veel Nederlandse cafés en restaurants tegenwoordig alleen maar in het Engels wordt aangesproken? Is dit het welkom dat we willen?
Ook wil Jerry weten waar horecaminnend Nederland deze voorzitter op mag ‘afrekenen’ zodra ze het voorzittersstokje aan een opvolger overhandigt. Je gaat luisteren naar een heerlijk gesprek waarin de presentator de bevlogen Marijke Vuik beslist scherpe vragen stelt, die soms lekker schuren, maar ze tegelijkertijd graag op wilde antwoorden. Presentator en voorzitter waren het niet altijd met elkaar eens, en dat is mooi.
Overigens… een afspraak maakten ze wel. Zo rond het WK-voetbal in de zomer van 2026 treffen de twee elkaar mogelijkerwijze opnieuw. Marijke Vuik doet dan ook een dringende oproep aan alle gemeenten van Nederland om…. Nu ja, luister zelf maar naar deze aflevering uit de serie Hotelvak – De Podcast.
In déze aflevering dus geen portretgesprek met managers, CEO’s en directeur/eigenaren uit het hotelvak, maar een gesprek over visie, beleid, wet- en regelgeving, de lobby in Den Haag – bij het net gestarte kabinet Jetten – en de uitdagingen waar iedere horecaondernemer – en dus zeker ook de hotelondernemer – tegen aanhikt.
Veel luisterplezier.
HOTELVAK – AFLEVERING 8
Gesprek met Marijke Vuik – Voorzitter Koninklijke Horeca Nederland
Host: Jerry Helmers
[00:00] Lightspeed – introductieboodschap
Lightspeed Restaurant, het toonaangevende platform voor de beste horecaondernemers wereldwijd.
Welkom bij Hotelvak, de podcast. Podcast over ondernemen in de hospitalitysector. Mijn naam is Jerry Helmers en in deze aflevering hebben we niemand minder dan Marijke Vuik te gast.
Zij is voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland. En dat doen we op een bijzondere plek, want ik ben met de mobiele podcaststudio naar Woerden gereisd. Ja, en iedereen die in de horeca werkt, die weet het.
In Woerden zit het hoofdkantoor. Marijke, leuk dat ik hier mag zijn. Of moet ik zeggen: welkom in deze podcast? Of zeg jij: leuk dat je in Woerden bent? Ja, dank je wel. Ja, leuk dat je hier bent in ons nieuwe kantoor. Want we zitten hier pas net een maand.
Ja, precies. En we zitten bij een enorme banner waarop staat: Kom Verder. En dat is een beetje jullie nieuwe credo geworden van Koninklijke Horeca Nederland. Ik denk dat we daar vandaag ook nog wel op gaan terugkomen. Maar heb je een beetje zin in deze podcast? Ja, ontzettend veel. Want
het is linksom of rechtsom een bijzondere dag. Rob Jetten is begonnen als minister-president. Dat is de dag waarop we de opname aan het maken zijn. Dus we gaan ongetwijfeld ook terugkomen op de kabinetsplannen. Maar voordat we dat gaan doen, hebben we een aantal dingen die we willen bespreken
in deze podcast. En we willen jou natuurlijk ook nog wat nader introduceren. Wil ik je een aantal dilemma’s voorleggen waar je dan alleen “eens” of “oneens” op mag antwoorden? Durf je dat aan?
Dat durf ik aan. Goed, dan ga ik mijn leesbril opzetten en dan zeg ik de eerste stelling. Ik ben benieuwd. De overheid is momenteel een grotere bedreiging voor de horeca dan de markt zelf.
Oneens. Dan zeggen we stelling 2. De horeca moet stoppen met klagen en vooral beter leren ondernemen. En hier wordt toch nog even over nagedacht. Ja, dat is omdat er twee punten in zitten. Maar ervan uitgaan dat ik hem straks kan uitleggen: oneens.
Oneens, oké. Zonder buitenlandse arbeidskrachten stort de Nederlandse horeca binnen twee jaar in. Oneens. Duurzaamheid is voor veel horecaondernemers vooral een kostenpost en geen kans. Oneens. 5. De politiek begrijpt fundamenteel niet hoe de horeca in de praktijk werkt.
Zitten we in het woordje “fundamenteel”? Ja, daar zitten we inderdaad in. Dan zou ik nu zeggen: er zijn nog wel verbeteringen mogelijk. Dus dan: eens. Toch eens, inderdaad. Zes. Stelling zes. Horecaondernemers hebben te veel regels, maar maken het zichzelf soms ook onnodig ingewikkeld.
Oneens. Nou, zullen we nog eentje doen? Doe maar. Ja, ik heb als voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland… moet je soms harder op tafel slaan in Den Haag. Oneens. En eentje, en ik denk dat we daar ook nog op gaan terugkomen… de laatste stelling voor nu.
De horeca is nog steeds geen volwaardige carrièrekeuze… in de ogen van veel Nederlanders. Oneens. Een hele duidelijke oneens, goed. We gaan er ongetwijfeld nog op terugkomen… op een aantal stellingen die we net hebben besproken, waar je in ieder geval “eens”
of “oneens” op hebt geantwoord. Wat gaan we nog meer doen in deze podcast? We gaan de huidige uitdaging in de horeca bespreken. Het verandert natuurlijk op de arbeidsmarkt. We willen het hebben over imago en gastvrijheid. Hoe staat de Nederlandse horeca ervoor? Ik wil graag weten hoe
Koninklijke Horeca Nederland de relatie met de hoteliers ziet. Als vierde punt wil ik toch nog even het WK voetbal met je aansnijden. Ik hoop dat je er ook naar vooruitkijkt, net als veel andere Nederlanders. Het beleidsplan dat jullie hebben, heb ik ook
nog als vijfde thema. Maar is het ook een grote kans dat dat terug gaat komen in de vier eerdere thema’s die we gaan bespreken? En wie weet heb je nog een slotoproep voor alle luisteraars, maar dat gaan we zien. Maar als eerste: Marijke, voordat we helemaal diep de inhoud ingaan: wie ben je, waar
kom je vandaan en wat bracht jou ertoe om naast je eigen ondernemerschap ook deze belangenbehartiging te gaan doen? Je hebt je tijd over. Ja, nou sowieso: voor deze functie is het een vereiste dat je ook ondernemer bent.
Dus elke voorzitter van KHN is ook ondernemer. Maar het klopt, het is soms lastig om het te combineren. En dat heeft er gewoon mee te maken dat het een functie is die veel tijd kost. Dus dat je minder tijd hebt voor je eigen bedrijven.
Maar gelukkig, dat gaat eigenlijk best wel heel goed. Ik ben ontzettend trots op het team dat er in mijn bedrijven staat. Dus het lukt om het op dit moment op een goede manier te combineren. Maar goed, je bent dus al in staat geweest om dit te organiseren, want je hebt meerdere horecagelegenheden.
Ja, klopt. Kun je daar kort iets over vertellen? Ja, het zijn cafés in het centrum van Delft. En het klopt inderdaad dat ik al even wist dat ik dit zou gaan doen, voordat ik zou beginnen in 2023. Dus dat gaf mij wel de tijd om extra mensen aan te nemen
en om bepaalde processen die je daarvoor nodig hebt anders in te richten. En wat dat betreft ben ik nu inderdaad drie jaar iets meer uit de bedrijven weg. Maar er werken nog genoeg mensen die ik ook nog heel goed ken van daarvoor. En ik probeer op alle cruciale momenten nog steeds aanwezig te zijn in het bedrijf.
Ja, precies. Wat is voor jou de kern van een horecaonderneming runnen? Nou, waar het om draait, is dat voor iedere ondernemer eigenlijk hetzelfde is: je wil een bepaalde beleving neerzetten.
Gastvrijheid is natuurlijk een term die altijd terugkomt. Maar beleving ook. Maar het draait wel om mensen. Het draait erom dat je een plek biedt waar mensen bij elkaar komen. En dat is ook wat de horeca echt bindt.
Soms hoor je wel eens: de horeca is enorm divers en wat bindt ons nu? Nou ja, dat is echt wat ons bindt: dat we mensen bij elkaar brengen en die toegevoegde waarde die we hebben als horeca voor de hele maatschappij.
Heel simpel: een stad waar geen horeca is, daar wil je ook niet wonen. Nee precies, zijn die steden er dan? Nee, die zijn er zeker niet. Nee, maar gewoon even als beeld. Inderdaad, dat kan iedereen zich wel voorstellen, want de horeca biedt gewoon ontzettend veel.
En het gaat er voornamelijk om: de plek waar mensen samenkomen, die verbinding. Ja, precies. Waarom ben je zelf ooit in de horeca begonnen? Nou, eerst als bijbaan, zoals velen natuurlijk. Daarna ook naast mijn studie nog heel veel in de horeca gewerkt.
En ik merkte op een gegeven moment tijdens mijn studie dat ik eigenlijk veel blijer werd. Ik kreeg veel meer energie van het werken in de horeca dan van mijn studie. En dan groei je er langzaam naartoe. Ik heb geen hotelschool gedaan, ik heb een totaal andere opleiding gedaan: industrieel
ontwerpen in Delft. Ja, dat klopt. En ineens ben je voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland. Daar zit wel twintig jaar tussen, dus in zoverre hebben we wat andere dingen gedaan in de tussentijd. Mijn eerste café ben ik gestart toen ik 22 was. Toen kreeg ik een kans dat
ik een locatie kon overnemen. Op dat moment was dat een vegetarisch restaurant, in het begin van de jaren 2000, toen er nog niet heel veel vegetariërs waren. Dat had het niet gered. Dus ik heb het volledige concept kunnen veranderen: eigenlijk het hele interieur eruit kunnen
halen en helemaal mijn eigen concept neer kunnen zetten. Dat was heel tof om te kunnen doen op zo’n jonge leeftijd. Ja, is het geluk of is dat al de basis van goed ondernemerschap? Ik denk dat het altijd een combinatie is. Je hebt als ondernemer altijd een goede dosis geluk.
Het helpt altijd. Voor mij was dat zo dat ik heel veel interesse had in wat daarna gigantisch booming bleek te zijn: speciaalbier. Want ik ben in 2005 gestart en in de jaren daarna
was het echt enorm in opkomst. Ik denk dat het een combinatie is van het juiste concept op het juiste moment, waardoor het gewoon een gigantisch succes was. Maar goed, dat moet je wel aanvoelen welk concept je uiteindelijk gaat neerzetten, toch? Dus je moet wel een blik hebben op de samenleving.
Of maak ik het nu te groot? Ik denk dat je het te groot maakt. Ik denk dat het belangrijkste is dat je als ondernemer passie hebt. Want kijk, alles begint met passie en een droom van iemand wanneer iemand start. En dat is toch makkelijker als het echt een passie is van jezelf dan dat jij weet
dat het marketingtechnisch op dat moment gewoon goed in de markt past. Dus ik denk dat, als het die intrinsieke motivatie is, je ook echt zelf iets heel erg succesvol kunt maken. Dat is wel een basis. Maar was het ooit voor jou dan ook een droom om voorzitter
te worden van Koninklijke Horeca Nederland? Je hebt ook nog een gezin. Dit werk voor jou als voorzitter kost ook ongelooflijk veel tijd. Ik weet niet of je op elk moment in Den Haag moet zijn, maar ik zei het straks aan het begin van deze podcast: het is
vandaag de dag dat het nieuwe kabinet op het bordes staat. Dus ik kan me zo voorstellen dat je regelmatig vanuit Delft naar Den Haag moet. Is gelukkig niet zo ver weg, maar je zal wel veel kopjes koffie moeten drinken. Ja, ik ben er regelmatig inderdaad. Ja, maar hoe mooi is het? En wat is dit gewoon echt?
Het is geweldig. Hoe mooi is het dat je je mag inzetten, dat je het gezicht mag zijn van de horeca waar je zelf zo veel passie voor hebt en dat je je er echt voor in kan zetten om het ook te verbeteren voor ondernemers.
Dus dat vind ik alleen maar ontzettend mooi om te mogen doen. Maar ben je van nature dan al maatschappelijk betrokken, maatschappelijk bevlogen? Ja, nou ja, maar dat is net iets anders. Ik ben hiervoor ook raadslid geweest in Delft.
Wat ik wel heel mooi vind, is om je ergens voor in te kunnen zetten, om inderdaad anderen te kunnen helpen. Je zet je in voor een branche en dan is het heel mooi om daar ook
resultaten voor te halen. In dit geval voor ondernemers en voor iets waar je zelf zo’n passie voor hebt: om daar echt iets in te kunnen betekenen. Maar dit is dan ook omdat ondernemers individueel dat nooit voor elkaar zouden kunnen krijgen, ja. Want als brancheorganisatie hebben we 17.000 leden die bij ons aangesloten zijn. Dat maakt natuurlijk dat jouw stem
zwaarder weegt, dat je ergens aan tafel mag zitten in Den Haag. En dat red je niet als individuele ondernemer, dat kan niet. Nee, precies. En daar zit dus in die zin ook jouw passie om voor het collectief iets te kunnen zeggen. Betekenis.
Een aantal onderwerpen wil ik met je bespreken, want dan maken we toch dat bruggetje naar de belangenbehartiging.
Wat zijn volgens jou op dit moment de grootste uitdagingen in de Nederlandse horeca? De grootste uitdaging in de horeca heeft ermee te maken dat de marges enorm onder druk staan en dat ondernemen op dit moment echt een heel stuk lastiger is. En dan wordt er vaak verwezen naar corona. En tuurlijk, corona is een hele moeilijke tijd geweest. Sterker nog: voor ondernemers is het vaak nu nog steeds de realiteit van de dag, omdat ze nog steeds aan het afbetalen
zijn van de schulden. In combinatie met de periode daarna: direct daarna natuurlijk de energiecrisis, gigantisch hoge inflatie. Aan de kostenkant is alles zo hard gestegen. En dat is niet helemaal onder controle.
En dat zien we nu dus heel erg terug. We hebben een grote uitvraag gedaan bij onze leden, waarbij is aangegeven dat 1 op de 5 op dit moment geen zwarte cijfers draait: draait quitte of maakt verlies. En dat is wel heel erg zorgwekkend.
Het CBS laat ook deze cijfers zien. De horeca doet het wel net iets minder goed, eigenlijk best wel veel minder goed dan sommige andere sectoren. Maar dat heeft ook mee te maken met dat het eigenlijk een soort perfect storm is: eerst een gigantische crisis, want de coronacrisis, daar zijn we gewoon zo hard door geraakt. Dan is het niet raar dat het vijf of tien jaar duurt voordat je daarvan kan herstellen. En tel daar dan alle andere uitdagingen bovenop. En je kan nooit alles doorberekenen in prijzen. Waarom niet? Omdat onderzoeken laten zien dat
prijsstijgingen nooit één op één doorberekend worden in de verkoopprijs. En waar wij natuurlijk ook mee te maken hebben, is dat de consument heel goed weet wat ze betalen in de horeca. Dus prijsstijgingen zijn ze zich ook van bewust. Dat maakt dat ondernemers er soms voorzichtig
in zijn. Maar je hebt ook prijselasticiteit: als de prijs omhoog gaat, dan kan je natuurlijk minder verkopen. Dus je moet een bepaalde balans zoeken. Maar dat is echt aan iedere ondernemer individueel. Maar zit er bijvoorbeeld dan een maximum aan de prijs voor een kopje koffie dat je zou kunnen vragen?
Nee, deze vraag krijg ik inderdaad wel vaker. Maar alles heeft ook te maken met de tijd waarin je leeft. Want als je nu boodschappen gaat doen, dan zul je ook merken dat je veel meer geld kwijt bent aan boodschappen. Toch raak je daar wel aan gewend in een aantal jaar tijd. En een
prijs wordt altijd bepaald door de individuele ondernemer. Dat heeft met zoveel factoren te maken: we kunnen niet zeggen “dit is een goede richtprijs” — en dat mogen we trouwens ook niet. Maar dat is ook niet iets wat je kan zeggen, omdat het ligt aan het gebied waar je zit: in de Randstad is
anders dan daarbuiten, maar ook op wat voor soort plein je zit, wat je huurprijs is. Dus het ligt aan zoveel verschillende factoren wat uiteindelijk de verkoopprijs is van een kop koffie. Het enige is wel dat door de hoge inflatie het
hele leven veel duurder geworden is en dat men eraan gewend raakt. Ja, kunnen we iets doen met die inflatie, of tegen inflatie? En er wordt ook heel veel gesproken over duurzaamheid in de branche. Je kan ervan vinden wat je ervan wilt vinden, maar er zijn ook heel
veel mensen in Nederland die zeggen: “Duurzaamheid, het zal allemaal wel. Het kost me te veel geld. De duurzaamheidsambities moeten we misschien maar een beetje opzij zetten.” Nou, dat denk ik niet. Zeker niet. Je hebt inderdaad ook duurzaamheid en innovatie. Dat zijn eigenlijk de twee grote vraagstukken voor de horeca.
Het is eigenlijk niet eens hoe we ermee omgaan. Het is nodig om toekomstgericht te kunnen ondernemen. Wat is dan precies nodig? Nou, als je bijvoorbeeld als eerste over innovatie: we hebben een krapte op de arbeidsmarkt. En die is structureel en die is blijvend.
Want we hebben te maken met een vergrijzing en een ontgroening. Ontgroening: er zijn dus minder jongeren. Dus kortom: er zijn in de toekomst minder mensen beschikbaar voor dezelfde hoeveelheid werk.
Dan is het nodig dat de arbeidsproductiviteit omhoog gaat. En hoe kan je dat voor elkaar krijgen? En dan hoor je nog wel eens in de horeca: in de horeca kan je niet innoveren, want het is mensenwerk. En dat klopt.
Maar we zien zoveel goede voorbeelden. Maar geef dan eens een paar voorbeelden. Misschien ook als inspiratie voor die luisteraar. Die ondernemer die denkt: “Ja, ze kan het wel roepen, innovatie. Maar hoe dan?” Geef eens een paar concrete voorbeelden.
Er zijn drie grote pijlers die onder innovatie vallen. En eerst: we hebben het inderdaad over robotisering. Ja, want daar worden vaak ook vragen over gesteld. Waar het om draait, is dat elk bedrijf de processen in kaart kan brengen. En dan zijn er processen die je niet wil automatiseren, en dat heeft voornamelijk te maken met jouw contact met je gasten, omdat je een bepaalde beleving wil geven. Maar alle processen achter de schermen — en dat kan een snellere routing zijn, dat kan andere apparatuur zijn, dat kan in een hotel iets heel simpels zijn, wat je natuurlijk wel heel veel ziet, zoals schoonmaakrobots.
Die zorgen er echt niet voor dat een kamer zelfstandig schoongemaakt kan worden, maar ze zorgen er wel voor dat het werk lichter is, sneller gedaan kan worden en dus met minder mensen. Dat geldt ook in keukens. En zo zijn er ontzettend veel processen. Dan zeggen ondernemers: “Oké, dat klopt, robotisering, maar we hebben de marges niet om hierin te investeren.”
Nee, en dat is precies ook een uitdaging, want sommige investeringen kosten ook geen geld. Als het gaat bijvoorbeeld over het inzetten van AI…
Kunstmatige intelligentie. Ja, kunstmatige intelligentie. Voor de enkele horecaondernemer in Nederland die nog nooit van AI heeft gehoord: ik denk niet dat die er op dit moment nog zijn. Maar ook daarin: slimme data is de toekomst.
Dan heb je namelijk voorspellende waarden. Dan kan je roosters beter inroosteren. Dan heb je minder loze uren voor personeel, als je al weet wat er aan gaat komen. Maar je kan AI ook inzetten voor social media.
Dus er zijn ontzettend veel kleine stapjes. En soms is het groter. Je zag het op de Horecava heel duidelijk: reserveringssystemen op basis van AI.
Dat kan natuurlijk ontzettend veel brengen. En dan is altijd de vraag: wat voor type bedrijf is het? Wil je dat gedeelte nog zelf contact hebben met mensen? Of kan je de eerstelijnsvragen al door AI laten beantwoorden? Er zijn veel kansen. Maar de enige reden eigenlijk is: we moeten dit ook wel doen, want er zijn minder mensen in de toekomst voor dezelfde hoeveelheid werk. Dus we moeten op een andere manier gaan werken. Maar realiseert de gewone horecaman of -vrouw dit? Ja, en vaak krijg je het antwoord van nee, maar als je dan doorvraagt, dan zie je dat er
zelfs bij kleinere bedrijven al wel de eerste stappen gezet worden. En soms is het: je hoeft niet allemaal robots te hebben rondrijden, want zo gaat de toekomst van de horeca er ook echt niet uitzien. Maar er is bijvoorbeeld wel geïnvesteerd in slimmere keukenapparatuur.
Of er is goed nagedacht over een bepaalde manier van roostermaken, waardoor er een besparing mogelijk is. Soms ook vanwege de overtuiging als het gaat om duurzaamheid, zoals voedselverspilling.
Dat is soms een intrinsieke motivatie, maar soms ook omdat marges onder druk staan: dat je daar ook gewoon mee kan besparen. Jullie hebben een beleidsplan, dat hebben we inderdaad. En in dat beleidsplan noemen jullie ook heel concreet, waar we het net over hebben,
het personeelstekort als structureel probleem. Ik vraag me dan toch af: is de horeca in zijn algemeenheid nog wel aantrekkelijk genoeg als sector? Of moeten we misschien ook gaan denken aan een functionele herpositionering? Nou, als je kijkt: er werken meer
dan 500.000 mensen in de horeca. En dan noem ik hem toch nog een keer: in de coronaperiode zijn we gehalveerd in het aantal mensen. En dat is niet omdat mensen het niet meer leuk vonden om in de horeca te werken — we waren gesloten. Dat betekent: er was veel minder werk.
Veel mensen zijn naar de zorg gegaan en naar heel veel verschillende sectoren. Dat is logisch, want wij hadden het werk ook niet. Dus dan is het logisch dat je halveert. En wat heel knap is van de branche, is dat binnen twee jaar dat
volledig hersteld is. Het is ons gelukt om na corona, toen we weer volledig open waren, te verdubbelen in het aantal mensen. En ook aan de reguliere vervangingsvraag te voldoen. Dat is ontzettend knap. Maar wel logisch dat er in die periode een enorme krapte ervaren
werd. Nu zitten we weer op het niveau van zes, zeven jaar geleden. De krapte is blijvend, structureel, maar niet meer zo erg als een paar jaar geleden. Maar is horeca nog
wel aantrekkelijk genoeg om in te werken? Ja, zeker. Als voorbeeld: het lukt om zoveel mensen naar ons toe te trekken. En dat er dus meer dan 500
duizend mensen in de horeca werken, laat zien dat het een hele mooie branche is om in te werken. Maar zijn werkgevers in de horeca ingesteld op — ik noem het dan toch maar even — de wensen van de jongere generatie? Want die willen vaak niet meer fulltime werken of die hebben een heleboel wensen op
het gebied van opleiding en welzijn, waarbij de boomer-generatie misschien denkt: “Kom op jongens, als je in de horeca werkt moet je ook eventjes doorzetten.” En ik vermoed dat jij dat ook als ondernemer met meerdere zaken weet: je
eindtijd van werken is niet altijd gepland, omdat het nu eenmaal zo loopt in de horeca. Je ziet toch een andere generatie aankomen die heel anders aankijkt tegen werk. Nou, elke generatie
heeft uitdagingen, maar heeft ook hele positieve kanten. En ik vind deze generatie heel erg leuk om mee te werken. Want aan de ene kant: ja, ze werken minder uur. Ze hebben andere prioriteiten.
Gemiddeld genomen, dat is natuurlijk zeker niet overal. Maar als je het hebt over Gen Z. Aan de andere kant is het ook de generatie die is opgegroeid met heel veel snelheid om zich heen. Qua social media staan ze continu aan.
Ze willen ook heel erg meedenken, juist over de grotere vraagstukken, zoals duurzaamheid. Er zit ontzettend veel enthousiasme in de nieuwe generatie. Dus ik zie het eigenlijk positiever dan dat het soms geframet wordt. Maar is er geen felle concurrentie op de
arbeidsmarkt? Ik zeg: wij als horeca moeten concurreren met een andere branche, want de kans is groot dat jongeren daar ook graag naartoe willen. Altijd, ja. En “concurreren” is dan iets te negatief geframet.
Maar tuurlijk, je wil er altijd voor zorgen… En dat is ook de reden dat we allemaal imagocampagnes hebben. Je wil laten zien hoe mooi het werken is in de horeca. Doe eens een korte one-minute pitch om de eventuele jonge, ambitieuze horeca-medewerker in spe te overtuigen.
Je moet in de horeca gaan werken. Wat het mooie aan de horeca is, dat is het contact met de mensen. En wat je als team neer kan zetten. Dat is wel echt waar het om draait: het contact met de mensen. Dat kun je ook op een heleboel andere plekken vinden. Zeker.
Maar ook in de horeca. En dan denk ik wel dat de horeca een plek is waar je qua carrière heel veel stappen kan maken. De horeca is ontzettend breed. En er zijn heel veel mooie verhalen van mensen die goed doorgroeien in de horeca. Dus aan de ene kant is het heel erg leuk om in te werken.
Maar het is ook echt een serieuze branche waar een mooie carrière in te maken is. Wat is jullie oplossing voor die coronaschulden? Daar wil ik nog even naar terug, want dat zei je ook: binnen dit kader van de huidige uitdagingen in de Nederlandse horeca zijn ontzettend veel horecaondernemingen — van hotels tot restaurants, cafés, noem het maar op —
die nog wat af te betalen hebben. Vandaag is het kabinet Jetten aangetreden. Ben je positief, negatief dat daar iets mee wordt gedaan? Of hoe ziet de horeca er over twee jaar uit?
Met coronaschulden: dat is inderdaad iets wat best wel een aantal jaar geleden is ingezet. Nu zit iedereen in de termijn dat nog afbetaald kan worden. Dat is natuurlijk vijf of zeven jaar. Dat loopt. Ik denk vooral dat wat er nodig is, omdat je door zo’n grote crisis heen gegaan bent, tijd is.
Je hebt tijd nodig om te herstellen. Dat is het allerbelangrijkste. En dat is niet iets waar een volgend kabinet echt iets in kan betekenen. Misschien gaan jullie je charmes in de strijd gooien om de coronaschulden kwijt te schelden.
Laat ik eens even wat in de groep gooien. Nee, maar daar is nu op dit moment… nee. Want je moet wel weten wat er speelt in Den Haag en of daar ook daadwerkelijk een kans is dat partijen daarin meegaan.
En het eerlijke verhaal is dat dat nu niet zo is. Want voor heel veel mensen klinkt corona natuurlijk ook al lang achter ons. Dat betekent niet dat we er geen aandacht voor hebben. Het betekent niet dat we op andere punten ondernemers niet heel graag willen ondersteunen.
Alleen als het gaat om het kwijtschelden van uitgestelde belastingen, waar je het dan vaak over hebt: er is te veel gevraagd. Dat is niet iets wat nu aan de orde is. Nee, het zou een mission impossible zijn in de lobby. Dat heeft geen zin. Nog een dingetje in dit thema — ik noem het maar even een dingetje, daar zal ook anders
over gedacht worden — de hogere btw sinds 1 januari 2026. Ja, ik zie nu gefronste wenkbrauwen. Ja, dit is… ik ben hier heel erg nauw bij betrokken geweest, echt al jarenlang. Dit is
eigenlijk iets wat in 2022 voor het eerst oppopte. En dat had toen te maken met onderzoek dat naar buiten kwam. Het was een opdracht van het ministerie van Financiën naar de effectiviteit van verlaagde btw-tarieven. En toen stond er al in: het verlaagde btw-tarief voor logies
is niet doelmatig en niet doeltreffend. En in de periode daarna heeft vooral Omtzigt dit regelmatig als alternatieve dekking voor moties en amendementen ingebracht.
Dus we waren er toen al heel erg mee bezig. Alleen op dat moment was er een meerderheid die daar geen oor voor had. Maar we wisten wel: op het moment dat Omtzigt met de nieuwe partij NRC bij de verkiezingen zo groot werd, was het risico echt heel groot dat dit er in zou komen.
We zijn er de afgelopen jaren mee bezig geweest. Helaas is het doorgevoerd. Voelt dit dan als een mislukking vanuit Koninklijke Horeca Nederland? Dat je denkt: potverdikke, het is ons niet gelukt — wat hebben we verkeerd gedaan in die lobby? Nou, het is
een vraag die je altijd moet stellen: hadden we het op een andere manier moeten doen? Dit is wel iets wat breder is. Ten eerste: het staat nu in een nieuw coalitieakkoord. Ik vroeg me af: “Is dit het begin?” Want de volgende die van 9 naar 21 procent gaat, ja, weet ik… De vraag is natuurlijk groter: hoe ga je met verlaagde btw-tarieven om, en hoeveel uitzonderingen wil je? Willen we uiteindelijk
naar een soort vlaktakssysteem? Dat is ook iets waarnaar gekeken wordt. Had ik een andere uitkomst gewild? Ja, zeker. Het lastige is: je hebt te maken met de Haagse
realiteit. Er staat in de opbrengsten 1,2 miljard. Maar als de prijzen hierdoor omhoog gaan, als dat kopje koffie daadwerkelijk duurder gaat worden, en we hebben het daar straks ook al gehad over prijselasticiteit,
dan is er natuurlijk ook de kans dat mensen minder gaan besteden in de horeca. En dan is het nog maar de vraag of de opbrengsten voor de overheid omhoog gaan. En dat is precies wat we de afgelopen jaren ook naar buiten hebben gebracht. Er zijn verschillende impactanalyses geweest die dit laten zien. Plus: je moet niet onderschatten dat de economische kettingreactie veel groter is…
dan puur alleen voor hotels. En hotels zijn de eerste die hier zwaar door getroffen worden.
Ja, ik kan me daar iets bij voorstellen, maar leg eens uit wat je met kettingreactie bedoelt. Op het moment dat er, stel je voor, 20% minder toeristen komen: die toeristen geven geld uit aan de hotelovernachting, maar die geven ook geld uit in de lokale winkel.
Die gaan ook met het openbaar vervoer, die gaan ook naar een museum en die gaan ook uit eten. Dus eigenlijk mis je alles wat toeristen uitgeven. En wat je hiermee krijgt, met deze btw-verhoging, wat we nu eigenlijk al de eerste signalen van
zien, is dat mensen die in eigen land vakantie willen, eerder niet gaan of naar het buitenland gaan. Want landen om ons heen worden in verhouding veel goedkoper. En toeristen uit andere landen zullen nog een keer nadenken of ze naar Nederland komen of toch naar een ander gebied gaan.
Dat is waar. Ik denk dat dat een logische economische wet is. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar een stad als Amsterdam: die zet in mijn beleving op alles in dat er minder toeristen moeten komen. Ja, dat is een ander vraagstuk.
Kijk, het gaat alleen over Amsterdam en volgens mij zit daar ook nog wel genoeg discussie over. Het gevoel van overtoerisme kan ook te maken hebben met dagjesmensen. Dus in hoeverre komt dat echt door het aantal overnachtingen? Maar
daarbij vind ik wel: een fiscale maatregel zou nooit ingezet moeten of mogen worden — ook toeristenbelasting niet — om daadwerkelijk minder mensen ernaartoe te halen. Duidelijk. Dan ga ik naar het tweede thema dat ik graag met je wil bespreken, en dat is het imago en de gastvrijheid van de sector. Ik was zelf ooit eens
een keer op BNR Nieuwsradio en toen was er ook een horecadingetje en ik zat daar in een soort opiniepanel en toen zei ik — en jullie ontploften bij Koninklijke Horeca Nederland, maar het was nog van vóór de coronacrisis hoor. Ik was het niet. Jij was het. Maar ik zei toen:
Het eerste beste wegrestaurant in Duitsland langs de autobaan doet het beter qua service dan een vijfsterrenrestaurant in Nederland. Oei. Oeh, nou BNR Nieuwsradio ontplofte op dat moment.
Ik vond het op zich wel grappig. Ik denk: ja, dit is wat ik vind. En ik kreeg daar best veel support voor op het toenmalige Twitter. Maar het punt dat ik maak, is dat ik me af en toe afvraag: snappen wij in Nederland wel wat gastvrijheid is?
Want als je dat aan de gemiddelde Nederlander vraagt, die zegt: ja, daar kunnen we in Nederland toch nog wel een verbeterslag in maken. In sommige andere landen is dat daadwerkelijk beter. Hoe kijk je daar zelf tegenaan? Ik ben wel heel nieuwsgierig waarom je dat dan vindt. Want voor mij: als je kijkt, loop op een
mooie zomerse dag een stad binnen en de gezelligheid die daar van alle terrassen afkomt, dat is wel echt iets wat uniek is voor Nederland. Ja, maar is het omdat die mensen zelf gezellig zijn…
of omdat de bediening zo ontzettend gezellig is? Ik denk dat je als bedrijf altijd iets neerzet waar mensen naartoe willen komen. En dan is het mooiste compliment dat de mensen het naar hun zin hebben
en een hele positieve uitstraling hebben. Maar dat heb je natuurlijk zelf in de hand. Want ga je ergens zitten waar het niet gezellig is? Nee, dat doe je niet. Dus ik denk wel dat dat echt komt door de manier waarop wij ondernemen in Nederland, in de horeca.
En wat wij met z’n allen neerzetten. En dat is wel echt een gastvrijheid die volgens mij uniek is. Dus ik ben vooral nieuwsgierig waar jouw mening dan vandaan komt. Wat je natuurlijk veel hoort, is dat mensen zich, zeker in de grote steden, toch wel ergeren aan dat je alleen maar in het Engels wordt toegesproken.
Als ik, stel: ik kom in Amsterdam, dan kun je al bijna met de Nederlandse taal niet meer terecht, ook op gewone terrasjes. Dan wil ik eigenlijk wel uitdagen: is het niet veel belangrijker dat mensen goed
zijn in hun werk en wat zij kunnen? En dan ben ik er juist ontzettend trots op hoeveel diversiteit wij hebben in onze branche en hoeveel nationaliteiten er in de horeca werken, en wat voor plek wij bieden voor deze mensen om gewoon een leuke baan te hebben.
Tuurlijk, maar goed zijn in je werk in de horeca betekent toch ook dat je misschien de gasten in hun eigen taal, in het Nederlands, moet willen aanspreken? Niet altijd. Maar dat heeft echt te maken met het concept en op welke doelgroep je je richt als bedrijf.
Ik kan vanuit mijn eigen ervaring zeggen: ik heb twee horecabedrijven in Delft en die verschillen echt enorm qua publiek. Maar bij het ene bedrijf: het grootste gedeelte van de mensen die daar werken spreekt geen Nederlands.
En dat hoeft ook niet, want de meeste mensen die daar komen zijn een best internationaal publiek. Dus daar wordt er nooit naar gevraagd. Maar ook niet een heel klein beetje Nederlands? Ja, ze kunnen tot honderd tellen. En ze kunnen hallo zeggen, maar daar houdt het wel een beetje bij op. En bij het andere bedrijf zorg ik er juist wel voor dat er altijd iemand aanwezig is, omdat daar soms ook wat oudere
mensen komen. En die vinden het soms minder prettig om in het Engels te moeten bestellen. Dus dan kunnen ze onderling communiceren: “Nou, als jij dan die tafel pakt, dan pak ik de rest.” Maar het hangt dus echt af van je concept en welke doelgroep je hebt.
En ik ben het er niet mee eens dat mensen daar standaard negatief op reageren. Voor mij is het in ieder geval heel belangrijk. Nou, standaard negatief: het is wel iets wat af en toe een discussie is in de samenleving. Zeker. Maar dan zou ik het echt heel graag positief willen framen.
Kijk, de diversiteit in de horeca is echt iets waar we trots op mogen zijn. Maar met diversiteit bedoel je dus dat er zoveel mensen uit andere landen in de horeca werken. Zeker. En al die talen, die verschillende talen spreken. Ja, en het brengt ook veel binnen een team. Ook dat. Ja, wat dan? Dat is hetzelfde als
de verschillende generaties op de werkvloer, maar ook verschillende culturen en ook een goede man-vrouwverhouding. Al deze aspecten zijn belangrijk in een team. Onze partner
Lightspeed doet marktonderzoek over allerlei horecagerelateerde onderwerpen en iedere aflevering behandelen we een van de thema’s en zijn we benieuwd naar jouw visie daarop. Recent onderzoek van ondernemersplatform Lightspeed
laat zien dat 88% van de horecaondernemers maandelijks te maken heeft met no-shows en dat 92% vindt dat gasten zich onvoldoende bewust zijn van de impact. Ook Koninklijke Horeca Nederland
ontvangt steeds vaker signalen van ondernemers. Hoe groot is het no-showprobleem momenteel in Nederland en waar ligt volgens jou, Marijke, de belangrijkste oplossing? Betere technologie, zoals bijvoorbeeld reserveringssystemen,
strengere voorwaarden, zoals aanbetalingen of no-show fees, of vooral gedragsverandering bij gasten? Marijke. Ja, dit is inderdaad een probleem en ik denk dat de oorzaak voornamelijk zit in
dat eigenlijk alles anoniemer geworden is met alle technologie. Je reserveert vaak online en dan lijkt de afstand groter naar het horecabedrijf, omdat je natuurlijk niemand gesproken hebt. Er zijn een aantal dingen die helpen: aan de ene kant kiezen sommige bedrijven ervoor om een aanbetaling te vragen. Maar dat wordt niet overal gewaardeerd; het ligt echt nog een beetje aan de regio in hoeverre dat algemeen geaccepteerd is.
Maar het is wel een prikkel waardoor mensen wel komen. We zien dat het aantal no-shows daardoor drastisch naar beneden gaat. Dus misschien is dat iets voor de toekomst wat we verder moeten doorzetten. Wat ook heel erg helpt, en dat zien we dat heel veel bedrijven dat
doen, is op de dag van de reservering een automatisch gegenereerd bericht: “Hartstikke leuk dat je gereserveerd hebt. Mocht je niet kunnen, laat het ons op tijd weten.” Of dat mensen nabellen. En dat lijkt nog het beste effect te hebben, want dan heb je toch persoonlijk contact waardoor mensen minder snel de neiging hebben om niet op te komen dagen. Als je bijvoorbeeld de Nederlandse horeca vergelijkt met horeca in de Verenigde Staten…
Je bent wel eens in de Verenigde Staten geweest, meerdere malen. Als je daar in een restaurant bent, gaat dat op een hele andere manier. Zo van: “Hi, my name is Jerry, I’m your waiter for tonight. Please ask me the question and call me.”
Je begrijpt een beetje wat ik bedoel. Ik denk dat iedereen die in de Verenigde Staten is geweest, beste luisteraars, wel weet wat ik bedoel. Kunnen wij daar iets van leren in Nederland? Of is het een te groot cultuurverschil, hoe de Amerikanen dat doen in vergelijking met hoe wij dit in Nederland doen?
Soms is het ook hetzelfde. Alleen: we moeten beseffen dat wij anders met elkaar omgaan. We begroeten elkaar anders. Dat is daar natuurlijk ook zo: ook als je elkaar kent, maar ook als je elkaar nog niet kent, begroet je elkaar op een andere manier. Dus dat is een cultuurverschil.
Die volledig enthousiaste manier kan heel goed werken, maar niet overal. En wij vinden het misschien ook een beetje overdreven als wij in Amerika zijn en op die manier door een serveerster worden toegesproken. Dan moeten we toch ook een beetje gniffelen. En het is ook een beetje hypocriet als we in Nederland klagen over de vermeende slechte gastvrijheid. Dus dat is ook wel een beetje hypocriet van onszelf. De verwachtingen zijn ook anders.
Je hoeft niet per se je beste vrienden te zijn als je aan het werk bent met alle gasten. En dat is denk ik het verschil. Ik denk wel dat, als je kijkt naar de mensen die in de horeca werken in Nederland, zij het contact met iedereen hebben en juist wel een gesprek hebben.
Maar het is net iets minder uitbundig. Dat is het eigenlijk. En dat wordt ook niet verwacht hier in Nederland. Maar het kan soms wel leuk zijn, als het goed bij je past. Er zijn genoeg voorbeelden die ik zie van mensen die echt met heel veel enthousiasme aan het werk zijn en heel veel leuke gesprekken hebben. Maar zit het verschil ook niet in het feit dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten vooral op fooi, op tips, wordt gewerkt? En dat daar de focus ligt bij de medewerkers, en dat in Nederland de salarissen wat hoger zijn en er misschien minder drang is om extreem vriendelijk te zijn tegen de gasten.
Nee, dat denk ik niet. Want ik weet zeker dat mensen die werken, dat echt doen vanuit een cultuurverschil: hoe je met elkaar omgaat, hoe je elkaar begroet en hoe uitbundig je bent. “Enthousiasme” is misschien niet helemaal het goede woord. Het is echt een cultuurverschil.
Je moet het in ieder geval niet als nep aanvoelen. Ik denk dat dat is waar Nederlanders heel erg behoefte aan hebben: het moet vooral echt zijn en puur. En dat is de manier waarop we hier met elkaar communiceren. En dat heeft niks te maken met een beloning. Het heeft echt te maken met een andere manier van werken.
Maar hoe train jij jouw eigen medewerkers op de ultieme gastvrijheid, bijvoorbeeld op jouw twee locaties in Delft? Stuur je wel eens een mystery guest erheen? Nee, geen mystery guest. In het verleden hebben we dat uiteraard wel eens gedaan.
In twintig jaar tijd hebben we best wel wat dingen gedaan. Nee, vooral met elkaar het gesprek aangaan. En ik denk dat het belangrijk is om iedereen enthousiast te houden, want op het moment dat mensen enthousiast aan het werk zijn, staan ze met plezier achter het werk. En dat is de basis voor alles. Maar vooral ook het gesprek aangaan met elkaar: wat betekent gastvrijheid,
welke rol heb je erin, en besef je ook hoe belangrijk je bent op het moment dat je staat te werken? Want jij bent het visitekaartje van het hele bedrijf. En dat is iedereen individueel. En soms hebben we ook wel iets gedaan: een van de medewerkers had dat idee.
We hebben iedereen twintig euro meegegeven en ze zijn naar andere horecazaken gegaan. Ze hebben daar gekeken: hoe word ik begroet?
Wat valt mij op? Wat is positief? Oké, we lopen door… Er lijkt in de andere ruimte iets te gebeuren met een telefoon. Ja, dat is… sorry, dat is mijn fout. Maar om daarna met elkaar te bespreken
wat hen opvalt. En dan afgesproken: je gaat naar een locatie toe waar je niemand kent. Wat betekent dan de gastvrijheid van die locatie? En wat doet dat met jou? En hoe doe je dat zelf in je eigen werk? Dat waren hele leuke gesprekken.
Mis je dat zelf niet, nog letterlijk achter de bar staan? Ja en nee. Ja, ik heb het altijd heel erg leuk gevonden. En het gevoel dat… natuurlijk, het is hartstikke leuk als je binnen komt lopen in je bedrijf.
En het is een volle zaak en iedereen is blij en ze zijn goed aan het werk. Nee, dan mis ik het nu niet. Maar ik kijk er wel met heel veel plezier op terug. Oké, derde thema: relatie met hoteliers. Hoe onderhouden jullie de contacten
met iedereen die in de hotelbranche werkt? Nou, we hebben een hele diverse grote achterban: cafés, restaurants, maar ook fastservice en uiteraard ook hotels. En ik denk dat het belangrijkste is om in de grote dossiers altijd te benadrukken wat iedereen bindt.
Maar je hebt ook heel veel branchespecifieke dossiers. En dan is het belangrijk: je moet altijd beseffen dat je in een vereniging bent. Je moet beseffen dat de echte kennis bij de ondernemers zit. Dus dat betekent: veel langsgaan bij leden, veel luisteren naar leden.
Wat speelt er nu? Waar kunnen we je mee helpen? Want je bent een vereniging met een reden. En voor hoteliers doen we dat bijvoorbeeld met een klankbordgroep. Maar we zorgen er ook voor, als het gaat om spreiding in de ledenraad. Een ledenraad
bij ons is kaderstellend en controlerend op alles wat we doen, en daar zitten ook hoteliers in. Dus in zoverre zijn we er altijd mee bezig voor alle doelgroepen die we hebben. Dat geldt ook voor jonge ondernemers, en voor een spreiding in het land:
dat elke provincie iemand in de ledenraad heeft. Om ervoor te zorgen dat we goed kunnen luisteren naar wat er in het hele land en in alle sectoren speelt. Wat hoor je nu dan? Het is nu voorjaar, nou bijna voorjaar 2026.
Wat hoor je op dit moment bij de hoteliers? Ja, toch ook wel de zorgen. En wat ik mooi vind: ondernemers blijven positief. Dat vond ik altijd heel leuk: als je het hebt over ondernemersvertrouwen, dat wordt gepeild, en dat is steevast lager dan het vertrouwen dat ondernemers hebben in hun eigen bedrijf. Als je dan vraagt: hoe kijk je naar
de hele branche en hoe kijk je naar je eigen bedrijf in dezelfde periode? Dat is heel kenmerkend. En dat vind ik ook heel mooi aan ondernemerschap: die positiviteit, die is er echt. Maar anders ga je ook niet ondernemen: je moet sowieso per definitie al positief ingesteld zijn. Maar wat we recentelijk wel steeds meer horen, zijn de zorgen. En zeker als je het hebt over logies, want die btw-verhoging is natuurlijk heel
pijnlijk. En we zien nu ook dat daardoor een terugval is, en we hopen dat die niet doorzet. Onze rol nu is voornamelijk het monitoren: ophalen wat de daadwerkelijke effecten zijn van de btw-verhoging. En die ook weer in Den Haag bij alle politieke partijen kenbaar te maken. Dat in combinatie met alle vraagstukken die liggen over verduurzaming, innovatie, en de marges die onder druk staan.
Het is op dit moment moeilijker om winstgevend te ondernemen. Nog even over die verduurzaming. Wat zijn dan de specifieke vragen die hoteliers stellen over het thema verduurzaming? Nou, dat is eigenlijk heel breed. Het kan te maken hebben
met het verduurzamen van het pand. Dit is iets wat al jaren loopt. Wat ik zelf een heel mooi initiatief vond, was van een hotelgroep
in Amsterdam. Als het gaat om het terugdringen van voedselverspilling bijvoorbeeld, waar data weer erg belangrijk is: een goede nulmeting, en in kaart brengen wat
nou precies de voedselverspilling is. En hoe kunnen we ervoor zorgen — er ligt best wel een doelstelling dat we een bepaald percentage naar beneden willen krijgen — hoe krijgen we dat voor elkaar? Wat is jullie visie erop: hoe kan de horeca, de hotelier, dat voor elkaar krijgen in zijn restaurants? Ja, ook daarin: alles begint weer met data. Dus in kaart brengen: wat is nou precies de voedselverspilling? En dan heb je natuurlijk een heel mooi — volgens mij inmiddels zelfs meerdere —
hulpmiddelen daarvoor, maar één hele bekende, waarbij je elke keer voordat een bord geleegd wordt in de kliko, een foto/scan maakt. En binnen twee seconden weet je eigenlijk wat erop lag.
En dan heb je alle data. Dus als je dan ziet dat bepaalde gerechten iets kleiner zouden kunnen, of dat van een bepaald gerecht een groter gedeelte wordt weggegooid, dan kan je dat aanpassen. Daar zit de grootste winst: heel duidelijk in kaart brengen waar de winst te behalen is. En dat is soms een intrinsieke motivatie vanwege duurzaamheid, maar soms ook omdat het kosten bespaart. Hebben ondernemers de tijd
om dat helemaal uit te zoeken? We hebben tegelijkertijd nog steeds dat personeelstekort, dus die ondernemer moet ook continu bijspringen, letterlijk achter de bar staan, omdat er geen mensen zijn. Hebben ze de tijd om dit soort dingen uit te zoeken? Nou, we zien dat zeker bij kleinere bedrijven. Wij zijn zo georganiseerd dat we ook heel veel lokale afdelingen hebben. We hebben 234 lokale afdelingen met meerdere bestuursleden.
Dus we hebben 1200 afdelingsbestuursleden. En daarbij krijgen we wel signalen dat sommige ondernemers minder tijd hieraan kunnen besteden, juist vanwege die krapte, omdat ze meer nodig zijn in hun eigen bedrijf.
Dus dat signaal krijgen we inderdaad wel. Het is best lastig. Ik denk dat je dat als Koninklijke Horeca Nederland ook zelf niet kunt oplossen. Nee, behalve: wat je wel kan doen is zorgen dat je tijd bespaart.
Als je bijvoorbeeld hebt over regeldruk en administratieve lasten: niet voor niets is dat een groot onderwerp waar wij op inzetten. Maar aan de andere kant ook met imagocampagnes om ervoor te zorgen dat er voldoende mensen zijn die in de horeca willen werken.
Want als we het toch hebben over die administratieve regeldruk: dat is iets wat we al twintig, vijfentwintig, dertig jaar horen. Er zijn te veel regels. En Nederland slaagt er niet in — niet alleen in de horeca, maar breder — om die regels te verminderen. Hebben jullie daar zelf nog wel een concreet actieplan voor? Want deze geest voelt ook aan als cruciaal. Dat is een beetje mijn conclusie: het momentum is nu. En dat heeft ermee te maken dat alle politieke partijen hier werk van willen maken.
We hebben nu net de voormalig minister Vincent Karremans, die hier echt wel een speerpunt van gemaakt heeft. Wat wij zelf gedaan hebben, heeft ermee te maken dat we weten dat iedereen er nu mee bezig is.
Maar wij hebben de kennis vanuit de markt. Wij weten wat er in de praktijk werkt en wat niet werkt. Dus we hebben vorig jaar januari al een regeldrukactieplan overhandigd aan de minister en aan de Tweede Kamer, waarin we met een aantal regels in kaart brengen wat daadwerkelijk de last is, zonder het doel ter discussie te stellen. Want een regel is altijd ontstaan vanwege een bepaald doel, iets wat ze willen bereiken. Dus als je het doel niet ter discussie stelt… maar wel de last beschrijft… dan komen we ook met een oplossing:
hoe we het makkelijker kunnen doen. Geef daar eens één concreet voorbeeld van, voor al die horecaondernemers die geen tijd hebben gehad om jullie prachtige beleidsplan te lezen. Geef ons één concreet voorbeeld. Geef ons gehoor. Dit is er één, en ik ga ervan uit
dat het gewoon een keer gaat lukken dat deze eraf gaat. Want overigens: de eerste meer dan 200 regels zijn natuurlijk al geschrapt. Nu ligt er met het nieuwe politieke akkoord een grote doelstelling van 500 regels per jaar.
Dus er ligt ook heel veel waar ze nu mee aan de slag zijn. En we merken ook dat we heel erg meedenken met de ambtenaren, voornamelijk bij EZ, die het nu in kaart brengen, over verschillende regels. Maar als voorbeeld — en dat is mijn grote frustratiepunt, waarvan ik echt denk: waarom lukt het nog niet —
maar we komen steeds verder, en dat gaat over die bijschrijving dagleidinggevende. Heel simpel in een minuut uitgelegd: op het moment dat je alcohol schenkt, dan moet je in het bezit zijn van sociale hygiëne. Dat is het diploma verantwoord alcohol schenken. En dat een ondernemer of bedrijfsleider dat moet hebben, dat is allemaal logisch. Alleen: er is een extra eis dat er altijd iemand in het bedrijf aanwezig moet zijn, de dagleidinggevende, die het diploma ook heeft. Dat is helemaal prima en daar kunnen we ook aan voldoen. Er is ook een register dat dat bijhoudt, dus bij controle kan je een bedrijf binnenstappen en vragen: wie is de dagleidinggevende die in het bezit is van het diploma? Dan kan er ingelogd worden en dan kan je zien: het klopt.
Maar daar zit nu de administratieve last en de regeldruk: bij elke wisseling moet je het doorgeven, want er wordt niet getoetst op het register, maar op de bijschrijving bij het aanhangsel bij de vergunning. Dus je moet bij elke wisseling in personeel die dit diploma haalt, dat doorgeven bij de gemeente. Die printen dan een nieuw A4’tje uit waar de namen op staan. Maar dat A4’tje kost in sommige gemeentes 300 euro per keer. En als je bedenkt dat je als middelgroot bedrijf waarbij soms wekelijks of tweewekelijks een wisseling is… ja, dan ga je dat clusteren om het goedkoper te maken. Waarom is het zo duur? 300 euro? Ja, ik zie de verwarring op je gezicht. Niemand weet het. Maar het verschilt per gemeente: sommige gemeenten zijn goedkoper. Maar het kost ook heel veel tijd. En de gevolgen zijn groot: op het moment dat je er niet aan voldoet bij controle, dan kan je dus… Je voldoet aan alle eisen en er staat iemand te werken die het diploma heeft, maar het aanhangsel bij de vergunning is nog niet op tijd binnen en dan voldoe je dus niet aan de eis die gesteld is. En wat je hierbij ziet:
ik heb deze al zo vaak uitgelegd en alle politieke partijen weten het inmiddels, maar niemand begrijpt eigenlijk waarom. Alleen kom je in de situatie dat je met drie ministeries te maken hebt: EZ vanwege regeldruk, J&V vanwege de preventieve werking op ondermijning
op het moment dat je zoiets kan vragen voor het aanhangsel bij de vergunning, en VWS natuurlijk. En dan zie je dat het ingewikkeld is om dit te schrappen. Want volgens mij — en daar kom je op het grotere vraagstuk — wat is hiervoor nodig?
Wat hier echt voor nodig is, is dat je niet kijkt naar die 0,01% waarbij het misgaat. Dat je kijkt naar de ondernemers. Ondernemers willen het van nature goed doen. Geef ze de ruimte. Geef ze vertrouwen. En dan zul je zien dat het doel nog steeds behaald wordt.
Maar is er hoop dat dit gaat lukken binnen de huidige coalitieperiode? Vandaag is Jetten begonnen. Ik heb het al eerder gezegd: laten we er eens van uitgaan voor de verandering dat ze het vier jaar volhouden. Dat zou wel fijn zijn. Gaat dit binnen vier jaar lukken?
Ja, en sneller ook. Nee, er ligt al een motie uit september die oproept aan de minister om hier een oplossing voor te bedenken. En net een paar weken geleden is ook een advies van de ATR gekomen.
Die ook in dezelfde lijn zit: dat de regeldruk hiervoor te groot is. Dus ik ga ervan uit dat hier nu op doorgepakt gaat worden en dat deze op korte termijn wel afgeschaft gaat worden. Nou, ik ga het je hopen, en anders kom ik weer terug. Dat zou heel leuk zijn. Ja, ja, ja, ja. Maar dat is natuurlijk
altijd een vraag die je aan een voorzitter van een landelijke belangenorganisatie moet stellen: op een gegeven moment zit jouw termijn erop of besluit je: nou, ik doe een stapje terug. Ik heb het gevoel dat dat moment
nog niet nabij is, gezien jouw enthousiasme, passie en volgens mij ook je dossierkennis. Maar dat moment gaat ook ooit komen dat jij het stokje moet overdragen aan de volgende. Waar wil jij — een hele zwart-witvraag, maar ik stel hem toch — waar wil je op afgerekend worden?
Wat wil je per se bereikt hebben op het moment dat jij het stokje overdraagt? Nou ja, ik denk dat het belangrijkste is hoe je de horeca op de kaart zet.
En dat begint toch wel echt vanuit positiviteit. En diezelfde positiviteit en passie die ondernemers ook hebben: dat is ook mijn taak om dat aan de rest van Nederland te laten zien, hoe mooi de branche is. En dat is ook echt waar het om draait.
Is dat meetbaar? Nee, dat is nooit meetbaar. Maar kijk, dan is het… Het is een gevoel. Ja, nou… Is het meetbaar? Nee. Kan je er een gevoel bij hebben? Ja. Maar gevoel blijft subjectief. Dat is zo. Dus dat is wel een beetje makkelijk, toch?
Om te zeggen: daar wil ik op afgerekend worden. Wat het leuke is: een lobby is echt geweldig. Maar het is heel moeilijk om echt concrete resultaten te halen. En ik denk dat het belangrijkste is dat je aan tafel zit.
Dat je overal over mee praat. En dat je hopelijk ervoor kan zorgen dat dingen zoals zo’n bijschrijving dagleidinggevende, of andere dingen uit ons regeldrukactieplan die wel opgepakt zijn, zoals single-use plastic en die plasticheffing bijvoorbeeld,
ook echt veranderen. Dat zijn dingen die wel opgepakt zijn. En zo hebben we een hele lijst met dossiers waar we ons voor inzetten. En dat is veel breder dan alleen regeldruk. Dus als we op een aantal terreinen successen kunnen halen,
dan ben ik daar ontzettend blij mee. Er is nog hoop. Er is zeker hoop. Word je soms niet moe van het Haagse? Van het spelletje? Word je soms niet moe van het Haagse spelletje? Van dat koffiedrinken met je gezicht in de plooi, terwijl je misschien iets anders denkt? Nee, nee, nee. Je moet wel van de politiek houden.
Dat hoort erbij. En ik ben daar echt van overtuigd. En ik ga hier ook met positiviteit in, ook als het gaat om een nieuwe coalitie. Maar ook als je kijkt naar Kamerleden: de Kamerleden die zitten er wel in, doe het maar eens hoor.
Want je krijgt natuurlijk best wel wat over je heen. En er wordt veel van je gevraagd. En als ik zie met hoeveel dossierkennis zij daar zitten en met hoeveel enthousiasme ze aan de slag gaan, nu sinds de nieuwe verkiezingen en daarvoor trouwens ook… dan heb ik daar echt respect voor. Dus hoop voor de hoteliers is er zeker. Ja, nou, ik wil kijken of die hoop ook nog verder vorm kan krijgen. Een van de thema’s is waar we hopelijk dit jaar met z’n allen weer verbonden in zullen zijn in Nederland:
het WK voetbal. Het Nederlands voetbalelftal staat in ieder geval gepland voor drie wedstrijden op het WK. Het wordt in Mexico, de Verenigde Staten en Canada gespeeld. Maar Nederland speelt volgens mij alleen maar in de Verenigde Staten.
Maar één van die wedstrijden, op 26 juni, dat is de kraker Tunesië–Nederland. Die vindt om één uur ’s nachts plaats. Ja, drama. Ja, doe nou eens een oproep aan heel horecaland Nederland, of desnoods aan alle gemeentebesturen
van alle steden en dorpen en kernen in het land, en ook Den Haag: van goh, die horeca volledig open die hele nacht. Want we willen in onze oranje shirtjes toch ook om één uur ’s nachts tot een uur of drie ’s nachts die wedstrijd bekijken. Hoe mooi zou dat zijn? Ja, maar dat is het. Alles hangt
nu van jou af. Alles hangt van jou af. Dit is echt gemeentelijk beleid, dus dat zou dan naar alle gemeentes. Maar we weten dat er al gesprekken lopen tussen verschillende gemeentes.
En elke gemeente reageert hier anders op. Maar er zijn gemeentes die nu gezegd hebben: we gaan een uitzondering maken wanneer Nederland ’s nachts speelt, dat de horeca langer open blijft. Maar nu vat jij samen wat die gemeenten zeggen. Maar wat is nou de oproep van jouw organisatie?
De oproep? Ja, natuurlijk: laat dit toe, want hoe geweldig is het? Anders gaat iedereen thuis zitten. Hoe mooi is het als je die wedstrijd gewoon samen in de horeca kan bekijken. Ja, want dat is toch ook een speerpunt van jullie als
Koninklijke Horeca Nederland: het is een economische factor van belang, die horeca, maar ook sociaal-maatschappelijk heel relevant. Waar we elkaar ontmoeten. Als dat gaat lukken, gaan we dan samen ergens met een oranje petje en een oranje shirtje ons Oranje aanmoedigen? Nou, ik moet heel eerlijk toegeven: ik ben geen mega-
voetbalfan. Tenzij natuurlijk Nederland speelt, want dan ben ik net zoals heel Nederland natuurlijk groot fan. Dus voor deze toezegging: dan ga ik in oranje shirtje met jou ergens aan. Het is de derde wedstrijd in de poule, dus het kan op dat moment weer een cruciale
wedstrijd zijn. Dus: hangen of wurgen. Ja, we moeten het afwachten. 26 juni om 1 uur: z’n allen in oranje shirtje zitten. Voordat we aan het slot belanden van deze podcast.
Het beleidsplan: een aantal zaken hebben we al doorgenomen. Is er nu op dit moment iets dat je zegt: ik wil nog één aspect uit het beleidsplan naar voren halen, wat we niet hebben besproken in deze podcast?
In de vorige 45 tot 50 minuten. Dat je zegt: dat vind ik toch relevant voor de luisteraars om onder de aandacht te brengen. Nou, we hebben vier speerpunten. Duurzaamheid hebben we natuurlijk besproken. We hebben innovatie. Ondernemerschap is natuurlijk ook voornamelijk regeldruk op dit moment. En de laatste is werkgeverschap en goed werkgeverschap. En dat blijft ook een heel belangrijk punt. Geef eens twee of drie kenmerken van wat goed werkgeverschap
is, dus meteen inspiratie voor de luisteraars. Kijk naar je medewerkers — dat is heel abstract, maar dat is wel waar het om draait. En wat we heel erg zien, is dat er vooral geluisterd wordt naar
medewerkers en wat zij willen. En dat er, als het gaat om een leven lang ontwikkelen en scholing, ontzettend veel geboden wordt. Dat vind ik mooi om te zien. Gelukkig hebben wij ook een grote rol in het aanbieden van trainingen. En daar wordt veel gebruik van gemaakt.
Dus dat vind ik heel mooi om te zien. Wil je tot slot nog een soort call-to-action: nog even een snelle twintig seconden om leden te werven? “Ben je nog geen lid, word lid.” Nee, maar ik denk dat het belangrijkste is: wij zijn een vereniging. En wat we ook hopen…
We hebben een ontzettend turbulente tijd achter de rug. In 2026 gaat de inflatie naar beneden. Wat ik onszelf als horeca gun, is eigenlijk een jaar rust. Wat heel raar is, want je wilt natuurlijk geen rustige bedrijven. Je wilt heel veel mensen.
Ja, maar rust qua gedoe. Dus tijd om te herstellen. En ik denk dat het belangrijkste is — en dat vind ik altijd het mooiste om te zien — hoe ondernemers elkaar opzoeken. Dus blijf dat vooral doen. Maar jullie hebben ook: Kom Verder.
Kom Verder met KHN. Leg eens uit: “Kom Verder”. Ja, in de lobby… Dit is de kern: kom verder met alles. Kom verder met KHN.
Kom verder natuurlijk aan de ene kant vanwege de gastvrijheid, vanwege wat wij doen: kom verder, de deur open, kom verder. Maar je komt ook echt verder met KHN en alles wat wij voor je kunnen betekenen. Goed, Marijke, mijn laatste vraag aan jou: welke vraag heb ik niet gesteld, maar had ik wel moeten stellen?
Ik vind eigenlijk dat je heel veel vragen gesteld hebt. Ik vind het een heel compleet verhaal. Dus ik heb niet een vraag die je had moeten stellen die je niet gesteld hebt. Dus jij kijkt ook met een tevreden blik terug op deze opname? Ik vond het ontzettend leuk. Dank je wel.
Marijke, ik wil jou ook bedanken voor de gastvrijheid hier in Woerden. Dat ik bij jullie op het hoofdkantoor, op het centrum van de horeca van Nederland, bij jou te gast mocht zijn. Ik vond het een leuk gesprek. Toch wil ik met jou de
afspraak maken dat we elkaar met een oranje petje en een oranje shirtje op 26 juni gaan treffen. Maar ik wil ook met jou de afspraak maken dat we over een paar jaar, als je het stokje gaat overdragen aan de volgende die Koninklijke Horeca Nederland gaat leiden, dat we dan nog
even terugkijken op deze podcast en kijken of een aantal doelstellingen zijn bereikt. Want ik vind nog steeds dat het wel een beetje bij mijn rol als presentator hoort — heel goed — dat we daar een, nou dat is een heel zwaar woord, een afrekening op mogen maken.
Dat mag. Zeker, bij deze afgesproken. Goed Marijke, dank je wel dat je te gast was in deze podcast. Bedankt voor het luisteren. Vind je dit een leuke podcast en wil je geen enkele aflevering missen? Klik dan op het plusje om ons te volgen.
Neem dan rechtstreeks contact op met Koninklijke Horeca Nederland.
Contact opnemen