Onlangs las ik een column over hoteltrends die ging over de opkomst van ijsbaden en watersommeliers. Wat mij vooral opviel: thema’s die nu nadrukkelijk landen in de hotellerie, maken in outdoor hospitality al veel langer deel uit van het speelveld.
Vooral één trend sprong eruit: recovery wellness, daarin zie je dat hotels steeds vaker services ontwikkelen voor gasten die vermoeid zijn, kampen met jetlag, hoofdpijn ervaren of hulp zoeken voor slaap en focus. Een bekend voorbeeld is natuurlijk Mount Med Resort in Oostenrijk, een locatie die ik al langer volg en waar gezondheid en herstel integraal onderdeel zijn van de positionering.

Wie een stap terugzet in de geschiedenis, ziet dat deze ontwikkeling minder nieuw is dan ze lijkt. Eeuwen geleden werden mensen die wilden herstellen naar zee of de bergen gestuurd. Frisse lucht, rust, ritme en natuur als medicijn. In die zin komt deze trend niet op, maar keert zij terug in een nieuwe, geprofessionaliseerde vorm. En precies daar raken hotellerie en outdoor hospitality elkaar.
Glampings, country resorts, vakantiehoeve, buiten hotels en buitenplaatsen (ja… tegenwoordig heet het geen camping meer!) zijn bij uitstek plekken waar natuur, rust en herstel samenkomen. Toch hadden veel recreatieparken lange tijd een ander imago: massaal, gericht op passief vermaak, functioneel. Dat narratief sloot niet aan bij de groeiende behoefte aan bewust leven, herbronnen met de natuur en werken aan een ‘betere versie’ van jezelf.

Vooral na COVID versnelde deze beweging zichtbaar. Gezondheid en mentale balans kwamen centraal te staan. In eerste instantie ontstonden tijdelijke initiatieven: pop-up retraites op campings, ademhalingsweekenden in safaritenten, mobiele sauna’s aan de bosrand als extra service. Ondernemers zochten naar relevantie in een periode waarin welzijn geen luxe was…
Wat begon als experiment, is inmiddels uitgegroeid tot volwassen conceptontwikkeling met duidelijke positionering en investeringsstructuren.
Het klassieke recreatiepark met zwembad en animatie maakt steeds vaker plaats voor kleinschalige resorts waar rust, natuur en gezondheid het vertrekpunt vormen. De gast boekt niet alleen een accommodatie, maar een context.

En de markt is al volop in ontwikkeling. Bij Nala Village vlakbij Zutphen bijvoorbeeld ontstaat binnenkort een nieuw park, waar het allemaal draait om ‘reconnecting to nature’, met privéwellness in iedere villa en een ecologisch ontworpen landschap. Het programma (van stilteplekken tot herstelgerichte activiteiten) vormt de kern van het verblijf.
En bij Zomerlicht, in de buurt van Balkbrug, ontwikkelt zich een community-achtige camping met yoga, meditatie en cabins in het groen, waar ontmoeting en bewust leven centraal staan. Op de Veluwe positioneert Marber Veluwe, ontwikkeld door Danny Paerl, zich met hoogwaardige architectuur midden in het landschap, gericht op rust en kwaliteit.
Tot slot, in Flevoland – een provincie die zich op dit onderwerp goed profileert en het voordeel heeft om ‘vlakbij’ de randstad te liggen – zien we een vergelijkbare concentratie en meerdere initiatieven. Bij Terra Wolde kan je eten uit de eigen moestuin en daarna suppen of yoga sessies doen, Resort de Parel van Horsterwold zet natuur en stilte als dragende waarde neer en Landgoed Energy Up bouwt juist rondom energieherstel, beweging en vitaliteit.

Wat hier zichtbaar wordt, is een volwassen markt rondom health retreats, yoga retreats en natuurverblijven. Gezondheid fungeert niet als add-on, maar als integraal onderdeel van het businessmodel. Architectuur, programmering, landschap, voeding en dagritme worden in samenhang ontworpen en zo verschuift het verdienmodel van ‘overnachting’ naar ‘transformatie’. Naar mijn idee bewegen zo het concept outdoor hospitality en hotellerie steeds dichter naar elkaar toe.
De komende jaren zal duidelijk worden wie deze beweging het scherpst weet te vertalen naar een onderscheidend concept. Wordt recovery wellness een steeds grotere markt? En zien we straks steeds meer ‘hotel en wellness’ in combinatie met outdoor? We gaan het zien en houden het in de gaten.