Haven Hotel Rotterdam wil met ‘A Night at the Gallery’ meer zijn dan een hotel aan de Leuvehaven. Het hotel gebruikt kunst, erfgoed, gastronomie en lokale partnerships om Rotterdam tastbaar te maken voor de gast. Niet als los arrangement, maar als positionering.
Rotterdam verkoopt zichzelf niet door mooi te zijn in de klassieke zin van het woord. Rotterdam werkt anders. De stad moet je in lopen, op varen, doorheen horen en af en toe een beetje ondergaan. Vanaf de kade bij de Leuvehaven zie je waarom. Aan de ene kant de boten van het Maritiem Museum, aan de andere kant hoogbouw, bruggen, terrassen, watertaxi’s en de belofte van een stad die nooit helemaal af lijkt. Precies daar ligt Haven Hotel Rotterdam, Curio Collection by Hilton.

Het is een locatie waar je als hotelier jaloers op kunt zijn, maar ook een locatie die iets van je vraagt. Wie hier alleen kamers verkoopt, laat een groot deel van de waarde liggen. Dat is de gedachte achter A Night at the Gallery, het cultuurprogramma waarmee Haven Hotel Rotterdam zich nadrukkelijker verbindt met de stad. Niet door nog een pakketje met museumtickets te bedenken, maar door de stad letterlijk het hotel binnen te halen.
General Manager Melle van Uden (nummer 51 in de Hotel Influencers 100) noemt dat geen toeval, maar een positioneringskeuze. Toen hij twee jaar geleden bij het nieuwe hotel betrokken raakte, lag er volgens hem een heldere vraag op tafel. Hoe positioneer je een hotel lokaal, nationaal en internationaal? “Een hotel is een hotel, een bed is een bed en een kamer is een kamer”, zegt hij. “Je probeert jezelf uiteindelijk altijd vanuit de stadspropositie neer te zetten.”

Daar zit voor hoteliers de kern. Zeker binnen een internationaal merk als Hilton kan lokale eigenheid snel een marketingzin worden. Van Uden draait het om. Juist omdat Haven Hotel Rotterdam onderdeel is van Curio Collection by Hilton, moet het hotel een sterk eigen karakter hebben. De internationale distributiekracht helpt bij sales en zichtbaarheid, maar het onderscheid ontstaat aan de Leuvehaven zelf. In het verhaal van de plek. In de kunst aan de muren. In de namen van de outlets. In de manier waarop medewerkers over Rotterdam vertellen.
Wie het hotel binnenloopt, ziet dat die gedachte niet pas bij de receptie begint. De lobby is geen neutrale wachtruimte met designmeubilair en een toevallig kunstwerk aan de muur. Het hotel wil werken als een levend canvas. In de openbare ruimtes hangen werken van Rotterdamse en aan Rotterdam verbonden makers. De collectie wisselt, de lobby verandert mee en de gast krijgt daarmee niet alleen een indruk van het hotel, maar ook van de stad.

Dat vraagt meer dan goede smaak. Het vraagt om selectie, samenwerking en vooral om de bereidheid een hotel niet alleen als commerciële machine te zien. De Kunsthal, het Maritiem Museum en Fenix zijn voor Van Uden geen namen die handig zijn voor een arrangement op de website. Ze zijn inhoudelijke ankers in het verhaal dat het hotel wil vertellen.
Ook in de kamers wordt dat doorgezet. Oude foto’s van schepen en van de locatie verwijzen naar de maritieme historie. Het boek Topstukken van het Maritiem Museum ligt er als subtiele verwijzing naar de buurman die letterlijk tot aan de achterdeur van het hotel reikt. In LOEF Living Room & Café komt de haven terug via de naam en de wijnselectie, met wijnhuizen langs de Maas en verder richting Duitsland. Bar Calan verwijst naar Pieter Caland, de man achter de Nieuwe Waterweg. Daar ligt de brug naar Rotterdam als wereldstad. Zonder die verbinding met de zee had Rotterdam nooit de stad kunnen worden die zij nu is, met haar vele gemeenschappen, keukens, talen en verhalen.


Van Uden ziet daarbij ook de waarde voor minder gevestigde kunstenaars. Het hotel heeft, zoals hij het noemt, veel muren en veel passanten. Met 480 kamers en een mix van nationale en internationale gasten lopen dagelijks veel mensen langs de kunst. “Ik zou het gewoon zo vet vinden als er een reiziger is die zegt: ik wil dat kunstwerk hebben”, vertelt hij. “Dan faciliteren we dat.
Ik hoef daar helemaal niets voor te hebben, maar ik vind het wel leuk om jonge kunstenaars een plek te kunnen geven.”
De kunst wisselt meerdere keren per jaar. Kunstenaars krijgen een vergoeding en het hotel organiseert openingen waarbij zij hun eigen netwerk kunnen uitnodigen. Daarmee krijgt het programma een dubbele functie. Voor gasten wordt het verblijf rijker. Voor makers ontstaat een podium buiten de traditionele museumcontext. Voor het hotel ontstaat een community die verder gaat dan boekingskanalen en loyaliteitsprogramma’s.

Tijdens ons bezoek wordt duidelijk dat A Night at the Gallery vooral werkt omdat het programma niet ophoudt bij de hoteldeur. Twee dagen lang beweegt de stad als het ware door het hotel heen. Of andersom: het hotel fungeert als regisseur van een compacte Rotterdamse culturele route.
Dennis van der Maarel, sales manager bij Haven Hotel Rotterdam, is samen met Van Uden gastheer tijdens het bezoek. Waar Van Uden de positionering schetst, laat Van der Maarel onderweg zien hoe die positionering praktisch wordt gemaakt. Hij beweegt soepel tussen gastvrijheid, sales en stadsverhaal.
Dat begint in het hotel zelf, tijdens een rondleiding langs de kunst. De werken zijn niet willekeurig gekozen. In de lobby hangen onder meer schilderijen van Miel Krutzmann, bekend van het duo TelmoMiel met Telmo Pieper. Hun werk heeft Rotterdamse wortels, een internationale uitstraling en precies genoeg speelsheid om in een hotelomgeving te werken zonder vlak te worden. Een werk als Empty Bags krijgt in deze context extra betekenis. Bagage, reizen, aankomen, vertrekken, winkelen, migratie, alles ligt in Rotterdam dicht bij elkaar.
Verderop hangen werken van Melissa Moria, waarin bloemen niet alleen decoratief zijn, maar dragers van tijd, kwetsbaarheid en aandacht. In de hoofdcorridor wordt de samenwerking met de Kunsthal tastbaar. Demonfuzz Records maakte er een tijdelijke installatie met albumhoezen en bloemmotieven, geïnspireerd op Flowers Forever in de Kunsthal. Geen klassieke museumopstelling, eerder een onverwachte ontmoeting tussen muziek, beeld, stad en hotel.


In de Kunsthal laat Flowers Forever zien hoe breed een toegankelijk thema kan worden uitgewerkt. Bloemen zijn hier niet alleen mooi. Ze zijn religieus symbool, handelswaar, politiek statement, wetenschappelijk object, designmotief en technologische inspiratiebron. De tentoonstelling begint overweldigend, met Calyx van Rebecca Louise Law, een installatie van ruim honderdduizend aaneengeregen droogbloemen. Je loopt er niet langs, je stapt erin.
’s Middags stappen we op de fluisterboot van het Maritiem Museum. Vanaf het water verschuift het perspectief. Wat vanaf de kade decor lijkt, wordt onderweg geschiedenis. De gids vertelt over wijnhandelaren in de Wijnhaven, palingrokerijen en zalmrokerijen op het water, een oud lichtschip op de Noordzee en een drijvend hotel van oude LASH-bakken, voorlopers van de container. Even later komt het Witte Huis in zicht, gereed gekomen in 1898 en lang bekend als een van de eerste wolkenkrabbers van Europa.
De volgende dag gaat de route verder over het water, met de watertaxi naar Katendrecht. Dat alleen al is typisch Rotterdam. Waar andere steden hun culturele programma vooral in wandelafstanden denken, kun je hier de stad via het water aan elkaar knopen. De oversteek naar Fenix voelt daarom niet als transport, maar als onderdeel van het programma.
Fenix is het nieuwe kunstmuseum over migratie in Rotterdam. Het thema sluit bijna vanzelf aan op het verhaal van Haven Hotel Rotterdam. De haven is altijd een plek van vertrek en aankomst geweest. Mensen kwamen, gingen door, bleven hangen, bouwden een bestaan op of namen verhalen mee. In Fenix wordt dat universele gegeven ruimtelijk gemaakt.
De Tornado, ontworpen door Ma Yansong van MAD Architects, is daarbij meer dan een spectaculaire trap. Het is kunstwerk, route en uitzichtpunt tegelijk. De roestvrijstalen vorm draait door het gebouw omhoog en verbindt de begane grond met de eerste verdieping en het uitkijkpunt. Boven kijk je uit over de kades van vertrek en aankomst.

Wat A Night at the Gallery interessant maakt voor de hotelbranche, is dat het initiatief verder gaat dan gastbeleving alleen. Het raakt aan de veranderende rol van hotels in steden. Zeker in populaire steden wordt kritisch gekeken naar hotels. Wat voegen ze toe aan de omgeving? Voor wie zijn ze er? Profiteren ze alleen van de stad, of dragen ze ook iets bij?
Van Uden lijkt zich van die vraag bewust. Hij spreekt niet alleen over gasten, maar ook over de lokale community. Het hotel is groot, centraal gelegen en zichtbaar. Dan kun je volgens hem niet volstaan met een goede kamer en een degelijk ontbijt. “Wat kunnen wij als groot werkgever, maar ook als grote ontmoetingsplek in het centrum van de stad brengen naar de lokale community?”, vat hij de achterliggende vraag samen.
Het antwoord zit in verschillende lagen. Het hotel biedt Rotterdamse kunstenaars een podium, werkt samen met culturele instellingen, geeft muziek en creatieve communities ruimte en betrekt medewerkers bij het verhaal van de stad, onder meer via gastronomie en persoonlijke achtergronden.
Van der Maarel vertaalt die relevantie onderweg steeds terug naar de gastreis. De culturele partners liggen niet als logo’s naast elkaar in een brochure, maar vormen een route die klopt. Hotel, Kunsthal, Maritiem Museum, Fenix, fluisterboot, watertaxi, bar, lobby en kamer vertellen verschillende hoofdstukken van hetzelfde verhaal. Voor sales is dat belangrijk. Een corporate gast, internationale leisuregast of organisator van een meeting kiest zelden alleen voor een bed. Die kiest voor bereikbaarheid, comfort, uitstraling en steeds vaker voor context. Waarom hier? Waarom deze stad? Waarom dit hotel?
Na twee dagen in Rotterdam is vooral duidelijk dat het hotel de stad niet gebruikt als achtergrond, maar als inhoud. Niet elk hotel ligt naast een Maritiem Museum. Niet elke stad heeft een Fenix of een Kunsthal om de hoek. Maar elk hotel ligt ergens. En elke plek heeft verhalen, makers, instellingen, herinneringen, smaken en mensen. Dat is precies waar A Night at the Gallery zijn kracht vindt. Het verkoopt geen nacht in een galerie. Het laat zien dat een hotel zelf een galerie, vertrekpunt, ontmoetingsplek en stadsverteller kan zijn. Mits je durft te kiezen voor een verhaal dat groter is dan het bed.