Vier jaar geleden begonnen we aan ons hotelavontuur zonder horeca-achtergrond. Ik kwam uit de internationale financiële wereld, een omgeving van onderhandelingen, duidelijke kaders en weinig emotie aan tafel. In een hotel werkt dat anders. Hier is vrijwel alles retail: verwachtingen, beleving, sfeer en dus ook teleurstelling. Dat was wennen.
Die onervarenheid had nadelen, maar ook één groot voordeel: onbevangenheid. Je draait nog niet op automatische piloot en benadert veel vanuit je eigen gastervaring. Een gast zei ooit lachend: “Jullie zitten nog duidelijk in de enthousiastelingenfase.” Mijn antwoord was: “Klopt. En als die voorbij is, stoppen we ermee.” Zonder enthousiasme wordt gastvrijheid een kunstje. En kunstjes houden het nooit lang vol.

Uit mijn jaren als hotelgast nam ik één overtuiging mee: het verschil maak je pas echt als er iets mis dreigt te gaan. In Istanbul moest ik ooit op het laatste moment een diner regelen voor een groep van twintig. Bleek dat ik de verkeerde locatie had vastgelegd. De receptie van het hotel waar ik vaker verbleef zei: “Kom om vijf uur terug, wij lossen het op.” En dat deden ze. Reservering, logistiek, taxi’s, alles stond klaar. Het werd een geslaagde avond, omdat iemand anders mijn probleem zijn probleem maakte.
In Amman had ik ooit plots medische hulp nodig. Binnen een uur stond er een arts op mijn kamer en werden medicijnen opgehaald. Zulke momenten vergeet je niet. Pas als je zelf achter de balie staat, besef je hoe bepalend ze zijn.
Ook bij ons gebeurt het. Een gast die zijn medicatie is vergeten, help je niet met een glimlach alleen. Dan gaat het om meedenken, vervoer regelen, telefoontjes plegen en vooral: tempo. Dat zijn de momenten waar je trots van wordt. Alleen belanden ze zelden in reviews. Wat wél terugkomt, zijn details. En juist daar begint de emotie.
Als hotelier mik je op honderd procent tevredenheid. Je investeert in comfort, sfeer, je team, je nachtrust. Toch ontdek je gaandeweg dat er altijd een kleine groep gasten blijft die moeilijk tevreden te krijgen is. Soms is het een mismatch in verwachtingen. Soms karakter. Soms pech. Niet elke kritiek zegt iets over je kwaliteit. Soms zegt het vooral iets over het verschil tussen wat iemand hoopte aan te treffen en wat je in werkelijkheid bent.
Dat betekent niet dat kritiek waardeloos is. Integendeel. Sommige opmerkingen zijn cadeautjes. Iemand wees ons er ooit op dat tafels bij het ontbijt niet snel genoeg werden afgeruimd. Hij had gelijk. Sindsdien zit er een intern alarmbelletje op dat punt en is het structureel beter geworden. Concrete feedback kun je vertalen naar gedrag. Daar leer je van.
Maar er is ook kritiek waar je weinig mee kunt, omdat die zo breed of emotioneel is dat je niet weet wat je morgen anders moet doen. Dan voelt het alsof iemand met een verfroller over je hele bedrijf gaat. Daar word je vooral defensief van, en daar wordt niemand beter van.

Vroeger kwam feedback rechtstreeks. Bij het uitchecken hoorde je wat goed ging en wat beter kon. Je kon doorvragen. Tegenwoordig verschuift veel naar online. Een review is openbaar, definitief en vaak zonder context. Bovendien is er een asymmetrie: gasten beoordelen het hotel, maar het hotel beoordeelt de gast niet. De lezer ziet niet wat er achter de schermen speelde.
En ja, soms wordt een review ingezet als drukmiddel. “Mijn kamer was niet naar wens, ik eis korting, anders schrijf ik een negatieve review.” Daar heb ik één lijn in getrokken: we lossen echte problemen graag op, maar we laten ons niet chanteren. Gastvrijheid is geen meebuigen tot elke grens verdwijnt. Het is professionaliteit.
Het lastige is dat negatieve reviews blijven hangen. Eén onrechtvaardig aanvoelende opmerking kan je hele dag kleuren, terwijl twintig positieve reacties nauwelijks binnenkomen. Daarom ben ik reviews anders gaan zien: niet als vonnis, maar als instrument.
Als je reageert op een negatieve review, reageer je zelden voor de schrijver. Die komt meestal niet terug. Je reageert voor de stille meelezers, de potentiële gasten die willen zien wie je bent. Een goede reactie laat zien dat je luistert, dat je feiten kent, dat je oplost waar nodig en dat je grenzen hebt waar het moet. Dat is reputatiemanagement in de praktijk.
Sommige hoteliers gebruiken humor om afstand te bewaren. Dat begrijp ik. Humor kan relativeren. Maar het is ook een scherp gereedschap. Als je de gast ermee kleiner maakt, win je misschien het moment, maar verlies je het merk. Humor werkt alleen als hij warm blijft. Je kunt de situatie luchtig maken, maar niet de persoon belachelijk. De toon moet altijd zijn: we nemen u serieus, ook als we het niet met u eens zijn.
Als je zo naar reviews kijkt, veranderen ze langzaam van humeurverpester in hulpmiddel. Je haalt er verbeterpunten uit en je gebruikt je reacties om te laten zien wat voor hotel je bent. Gastvrij, helder en professioneel.
Uiteindelijk draait het daar om. Niet dat je nooit kritiek krijgt, maar dat je laat zien hoe je ermee omgaat. Dat ziet de lezer. En die lezer boekt.