hotelvak.eu
nl
Platform over hotelmanagement, inrichting en design in Nederland

14: Portretgesprek met Remco Groenhuijzen, General Manager van Mövenpick Hotel Amsterdam City Centre

In deze aflevering spreekt Jerry Helmers met Remco Groenhuijzen, General Manager van Mövenpick Hotel Amsterdam City Centre. Remco vertelt over zijn loopbaan in de internationale hotellerie, zijn visie op leiderschap en de lessen die hij leerde tijdens grote verantwoordelijkheden en onverwachte calamiteiten. Ook deelt hij praktische adviezen over netwerken, kansen benutten en leidinggeven door zelf het goede voorbeeld te geven.

Deze podcast wordt gesponsord door Lightspeed.

14: Portretgesprek met Remco Groenhuijzen, General Manager van Mövenpick Hotel Amsterdam City Centre 1
Remco Groenhuijzen, General Manager van Mövenpick Hotel Amsterdam City Centre.
Transcriptie

[00:00–00:16] Introductie
Voice-over: Lightspeed Restaurant. Het toonaangevende platform voor de beste horecaondernemers wereldwijd.
Voice-over: Welkom bij Hotelvak De Podcast, de podcast over ondernemen in de hospitalitysector.

[00:17–02:17] Ontvangst in het Mövenpick Hotel
Jerry Helmers: Vandaag zijn we met onze mobiele podcaststudio te gast in het Mövenpick Hotel in Amsterdam-Centrum. Tegenover mij, aan de andere microfoon, zit Remco Groenhuijzen, General Manager van het hotel hier. Wat leuk dat ik hier mag zijn, Remco.
Remco Groenhuijzen: Welkom, welkom in het hotel.
Jerry Helmers: Toen ik daarstraks mijn auto aan het uitladen was, voelde je meteen helemaal de toeristische vibe. Toen dacht ik: wat lijkt me dit een leuke werkplek om hier elke dag te zijn. Is dat zo, Remco?
Remco Groenhuijzen: Zeker, ja. Het leuke extra voor dit hotel in Amsterdam is dat Amsterdam natuurlijk al een bruisende stad is, maar wij zitten ook aan de haven. Vandaag ligt er een heel groot schip, de Celebrity.
Jerry Helmers: Ja, ik zag hem liggen.
Remco Groenhuijzen: Mensen zijn altijd in groten getale aanwezig. Er gebeurt gewoon heel veel. Je zei net vakantiestemming, dat is vakantie.
Jerry Helmers: Ja, zo voelde het wel. Het was ook mooi weer toen ik uitstapte, dus ik dacht: ik heb er dubbelop veel zin in.
Remco Groenhuijzen: Je zag net ook, toen wij even door het hotel liepen, dat we op dit moment een congres hebben met ongeveer 120 gasten die hier de hele dag bij elkaar zijn om kennis te delen. Wij zijn altijd een beetje een mix en dat vind ik ook het leuke van dit hotel. Omdat het best een groot hotel is, kunnen wij eigenlijk alle soorten gasten bedienen die Amsterdam aandoen.
Jerry Helmers: Die indruk had ik al toen ik hier aankwam en toen ik daarstraks met jou door de gangen naar deze mooie ruimte liep, waar we onze studio hebben ingericht. Mocht ik het vergeten: sowieso al heel veel dank voor de warme ontvangst hier. Remco, welke belofte gaan wij de luisteraar doen? We gaan een portretgesprek maken. We willen graag dat de luisteraar jou beter leert kennen. Ga je vandaag in deze podcast iets over jezelf onthullen?
Remco Groenhuijzen: Ik denk dat het voor iedereen interessant is om te horen hoe iemand zijn pad loopt en of mensen daar lessen uit kunnen trekken.
Jerry Helmers: Ja, precies.

[02:18–04:12] Stellingen over werk en leiderschap
Jerry Helmers: Zullen we afspreken dat we aan het eind misschien twee of drie tips aan de luisteraar kunnen geven? Voor mensen die ook zo’n mooie carrière als jij willen. Of die carrière mooi is, dat moet je straks zelf maar vertellen. Zullen we beloven dat we aan het eind van de podcast kijken of we tips of suggesties kunnen geven? We willen meer van jou weten: waar kom je vandaan, wie ben je en wat is je achtergrond? Voordat we dat gaan doen, wil ik je een aantal stellingen voorleggen. Dat klinkt allemaal heel zwaar.
Remco Groenhuijzen: Heel goed.
Jerry Helmers: Het is misschien ook wel een beetje zwaar, want je mag alleen maar eens of oneens antwoorden. Ik noteer natuurlijk met je mee, want misschien is er aanleiding om er later in de podcast nog eens op terug te komen. Ben je klaar voor de stellingen?
Remco Groenhuijzen: Ja, hoor.
Jerry Helmers: Je zit niet in een talkshow op televisie, het is maar een podcast. Van alles wat ik deze week heb bedacht, moet ik deze sowieso vragen. De eerste stelling: als mijn echtgenote zou zeggen: “Nu is het genoeg, Remco, met al die onregelmatige werktijden”, dan zou ik serieus overwegen om uit het hotelvak te stappen.
Remco Groenhuijzen: Oneens.
Jerry Helmers: Ik weet niet of je echtgenote meeluistert, maar dat gaan we aan haar vragen als ik haar nog eens tegenkom. Nog eentje: in het hotelvak moet je soms beter voor je gasten zorgen dan voor jezelf.
Remco Groenhuijzen: Eens.
Jerry Helmers: Ik ben liever een warme leider die soms te betrokken is dan een afstandelijke leider die alles perfect onder controle heeft.
Remco Groenhuijzen: Eens.
Jerry Helmers: Een boze gast kan mijn dag nog steeds verpesten, ook al doe ik alsof dat niet zo is.
Remco Groenhuijzen: Helemaal eens.
Jerry Helmers: Je moet in het vak een beetje toneel kunnen spelen, maar vooral ook jezelf blijven. Eens of oneens?
Remco Groenhuijzen: Jazeker.
Jerry Helmers: Zeker eens. Heel prima. Ik heb hier wat genoteerd en wil straks nog ergens op terugkomen.

[04:13–07:42] Jeugd in Amsterdam-Noord en de scheepskokopleiding
Jerry Helmers: Remco, wie ben jij en waar kom je vandaan? Ik hoor iets van een Amsterdams accent in de manier waarop je spreekt. Vertel eens: waar kom je vandaan? Waar was jij als klein jongetje, toen je het hotelvak misschien nog helemaal niet in beeld had?
Remco Groenhuijzen: Ik kom uit Amsterdam-Noord. Dat is nog steeds hoorbaar. Ik ben daar opgegroeid. Mijn ouders komen ook uit Amsterdam en mijn vader werkte op dat moment bij Stork in Amsterdam.
Jerry Helmers: Ja, dat is een bekend bedrijf.
Remco Groenhuijzen: Ik ben daar ook naar school geweest. Toen ik twaalf was, moest je natuurlijk een keuze maken voor een opleiding. Ik heb toen gekozen voor de scheepskokopleiding. Dat had ermee te maken dat je op dat moment de havo en de mavo had. Mijn moeder wilde graag dat ik een vak leerde. Koken trok me wel aan, dus dat leek me wat.
Jerry Helmers: Was je thuis als jongetje ook al een beetje aan het kokkerellen? Liet jouw moeder dat toe in de keuken? Mocht je experimenteren?
Remco Groenhuijzen: Dat wel. Mijn moeder hield van koken, maar we praten over een heel andere tijd.
Jerry Helmers: Buitenlands eten?
Remco Groenhuijzen: Mijn moeder vond het leuk om te koken en het had voor mij een bepaalde aantrekkingskracht. Ik blijf het wel raar vinden dat je op twaalfjarige leeftijd al moet kiezen wat je wilt doen. Dat is nog steeds zo, zeker als je een vak wilt kiezen. Ik ben toen in Amsterdam-Noord naar de Algemeen Consumptieve Opleiding gegaan. Dat heette ook de scheepskokopleiding. Je kreeg daar ook slagerij, banketbakken en broodbakken. Dat was eigenlijk de basis. Toen ik klaar was, was ik zestien.
Jerry Helmers: Je gaat heel snel. Was die opleiding makkelijk? Heb je hem in één keer gedaan? Was je zo’n jongetje dat altijd alles deed wat de docent zei, of was je een beetje rebels? Juist een kok moet toch ook een beetje durven experimenteren met zijn eigen gerechten?
Remco Groenhuijzen: We leerden daar echt de basis. Ik ben wel een beetje een strever, dus ik wilde gewoon het beste jongetje van de klas zijn.
Jerry Helmers: Lukte dat?
Remco Groenhuijzen: Dat lukte ook wel. Je had toen een keuze voor waar je naartoe kon. Mensen zeiden ook: “Waarom ga je dat doen? Misschien moet je de mavo doen”, en dat soort dingen. Ik heb die opleiding toch gedaan en liep er eigenlijk heel makkelijk doorheen.
Jerry Helmers: Welke vakken had je nog meer? Je leerde er natuurlijk koken, maar had je ook vakken als Engels en wiskunde?
Remco Groenhuijzen: We hadden uiteraard Engels en Duits. We hadden in het eerste jaar gewone wiskunde en daarna vaktheorie, zoals warenkennis, drankenkennis en keukentheorie.
Jerry Helmers: En dat al op je twaalfde of dertiende? Alles leren over drank?
Remco Groenhuijzen: Ja. We hadden best veel vakken en ook statistiek zat erbij. Het was een behoorlijk brede opleiding.

[07:43–10:01] Van koksvak naar de middelbare hotelschool
Jerry Helmers: Heb je toen nog getwijfeld: ga ik wel of niet het koksvak in?
Remco Groenhuijzen: Dat had meer met mijn leeftijd te maken. Ik twijfelde wel. Ik had een serveerleraar die zei: “Je moet het serveervak ingaan.”
Jerry Helmers: Een serveerleraar?
Remco Groenhuijzen: Een bedieningsleraar. Het vak heette toen nog serveren.
Jerry Helmers: Ik verstond sfeerleraar.
Remco Groenhuijzen: Nee. Dat had misschien ook wel gekund. We hadden natuurlijk ook een kookleraar. Die zei: “Je moet het koksvak ingaan, want je hebt talent.” Maar goed, ik was zestien toen ik van die opleiding afkwam. Een aantal vrienden van school ging varen, want zij waren achttien.
Jerry Helmers: O ja.
Remco Groenhuijzen: Je moest achttien zijn om in de grote vaart te gaan. Toen zei de kookleraar: “Waarom ga je niet gewoon de middelbare hotelschool doen? Die is net geopend in Amsterdam.” De school was toen net een jaar open. Hij zei: “Daarna kun je altijd nog een keuze maken en dan heb je dat diploma op zak.”
Jerry Helmers: Wat vonden je ouders daarvan? Je zei dat je vader bij Stork werkte. Wat deed je moeder voor werk?
Remco Groenhuijzen: Zij was huisvrouw.
Jerry Helmers: Zij wisten vanuit hun eigen achtergrond dus niets over de horeca. Hun zoon had een koksopleiding afgerond en wilde vervolgens naar de middelbare hotelschool. Wat vonden zij daarvan?
Remco Groenhuijzen: Dat vonden ze prima, zolang ik de opleiding maar afmaakte. Er waren in die tijd best veel kosten aan verbonden. Mijn vader zei op z’n Amsterdams: “Oké, je gaat hem afmaken.” Mijn zus was na een jaar gestopt met een opleiding, dus mijn vader zei: “Dat flik je me niet nog een keer.”
Jerry Helmers: Hij heeft geen ongelijk. Hoewel, als het jouw oudere zus één keer was toegestaan om met een opleiding te stoppen, dan mag jij toch ook één keer die fout maken?
Remco Groenhuijzen: Ik wilde het zelf ook gewoon goed doen. Ik ben naar De Kogge gegaan en kwam daar met andere vakgebieden in aanraking. Daardoor veranderde ook mijn keuze om daarna als kok te gaan werken. Ik heb stagegelopen en ik denk dat het op een hotelschool heel belangrijk is om stage te lopen. Daarnaast werkte ik in de weekenden.

[10:02–15:51] Eerste horecabaan en contact met gasten
Jerry Helmers: Had je een bijbaantje in de horeca of gewoon een krantenwijk, om wat euro’s, of toen nog guldens, bij elkaar te verdienen?
Remco Groenhuijzen: Guldens nog, ja. Ik werkte bij Crêperie Pan Pan. Dat was van Albert’s Corner.
Jerry Helmers: Was dat van de wegrestaurants van vroeger?
Remco Groenhuijzen: Ja, maar dit was een apart concept in de stad. Het zat in de Kalverstraat. Ik werkte daar als medewerker bediening en vond dat heel leuk om te doen.
Jerry Helmers: Toen heb je dus ontdekt dat je het bedienen en het contact met gasten leuk vond. Voelde je als vijftien-, zestien- of zeventienjarige al aan dat het leuk was om mensen een leuke middag of avond te bezorgen?
Remco Groenhuijzen: Ik had een doel voor ogen. Ten eerste vond ik het vak leuk, omdat je mensen verzorgt en het mensen naar de zin maakt. Ten tweede vond ik het een uitdaging om het te organiseren. Dat klinkt misschien raar, maar als je een wijk hebt, moet je zorgen dat iedereen goed en op tijd bediend wordt.
Jerry Helmers: Met een wijk bedoel je een aantal tafels?
Remco Groenhuijzen: Precies. Het restaurant was heel lang en de slechtste wijk lag achterin. Je moest achterin beginnen en werkte jezelf vervolgens op. We hadden toen nog geen stappentellers, maar uiteindelijk was ik aan de voorkant geëindigd, omdat ik die wijk gewoon het beste draaide.
Jerry Helmers: Waar zit het in om een wijk het beste te draaien? Heb je het dan over omzet of over gelukkige gasten?
Remco Groenhuijzen: Je zorgt dat iedereen op tijd en snel geholpen wordt. Als iemand weggaat, ruim je de tafel snel af, zodat je opnieuw mensen kunt placeren.
Jerry Helmers: Dat is meer de economische kant.
Remco Groenhuijzen: Uiteindelijk is voor een kelner de fooi natuurlijk ook belangrijk.
Jerry Helmers: Was je door fooi gedreven?
Remco Groenhuijzen: Als je het goed doet, krijg je vanzelf fooi.
Jerry Helmers: Noem eens een bedrag. Waarmee ging je na een avond werken naar huis als je je wijk goed had gedraaid?
Remco Groenhuijzen: Dat was natuurlijk nog in de tijd van de guldens.
Jerry Helmers: Dan gaan we het omrekenen naar de standaard van nu.
Remco Groenhuijzen: Ik zou het niet meer weten. Ik weet wel dat we daarna altijd een biertje gingen drinken.
Jerry Helmers: Toen was het alweer op. Dus daar is niet veel van overgebleven. Maar hoe weet je of je het goed doet? Je zegt dat je in jouw wijk met tafels goed presteerde. Is dat iets wat je op een middelbare hotelschool kunt leren of moet dat in je zitten?
Remco Groenhuijzen: Dat moet wel in je zitten. Je moet de drive hebben om gasten te ontvangen en het mensen naar de zin te maken. Ik denk dat het een combinatie is van vaardigheden. Je moet snel en goed met je gasten kunnen klikken. Dat is nog steeds heel belangrijk. Ik zeg weleens dat het voor iedereen goed zou zijn om een tijdje in de horeca te werken. Je komt met veel mensen in aanraking, ook met mensen met wie je normaal misschien niet zo snel contact zou hebben, en met moeilijke gasten. Wat is een moeilijke gast? Iemand die denkt dat hij het beter weet? Hoe ga je daarmee om?
Jerry Helmers: Dat zegt ook iets over jouw karakter. Je probeert je werk zo goed mogelijk te doen, zeker als zestien-, zeventien- of achttienjarige jongen. Of het nu een bijbaantje is of een stage, je bent uiteindelijk ook een mens met een bepaalde grens voor hoe je door een gast behandeld wilt worden.
Remco Groenhuijzen: Je moet openstaan voor contact met mensen. Ik wil niet per se zeggen dat je heel sociaal vaardig moet zijn, maar je moet wel makkelijk met gasten kunnen klikken en snel een gesprek kunnen voeren. Je moet ook interesse in gasten hebben. Als je interesse in mensen hebt, openstaat voor contact en niet bevooroordeeld bent, kun je zoveel leren. Ik ben mensen tegengekomen van wie je in eerste instantie zou denken: o, nou, weet je… [onverstaanbaar]. Dat geldt ook voor klachten. Mensen zeggen: “De gast is boos.” Dan kom je erbij en moet je het oplossen. Ik heb gasten gehad die daarna vaste gasten zijn geworden, omdat je goed contact met iemand maakt. Die vaardigheid is echt belangrijk.
Jerry Helmers: Is dat ook waarom je zegt dat iedereen een baantje in de horeca gehad zou moeten hebben? Zodat we in deze samenleving misschien beter met elkaar gaan communiceren?
Remco Groenhuijzen: Dat is misschien heel groot gedacht, maar je communiceert er wel makkelijker door met mensen. Of het nu om vrienden gaat of om het bouwen van een netwerk, het is belangrijk dat je snel contact maakt met iemand.
Jerry Helmers: Hebben wij goed contact? We kennen elkaar nu een klein uurtje. Je hebt me keurig door de gangen begeleid. Wat was jouw eerste indruk van mij? Kun je mij inschatten?
Remco Groenhuijzen: Jij komt binnen en ik zie jou. Ik vraag: “Ben je hier al eerder geweest?” Vervolgens stel jij vragen. Dat is belangrijk.
Jerry Helmers: Belangstelling hebben?
Remco Groenhuijzen: Ja, belangstelling hebben. Als je aan een tafel komt, kun je twee dingen doen. Je kunt zeggen: “Wat kan ik voor u te drinken schenken?” Je kunt ook vragen: “Ik zie dat u in Amsterdam bent. Zijn jullie aan het winkelen of wat is de reden dat jullie hier zijn?” Dan begin je op een andere manier met elkaar te communiceren.
Jerry Helmers: Precies.

[15:52–19:48] Stages, magazijnbeheer en de nachtdienst
Jerry Helmers: Op een gegeven moment heb je de middelbare hotelschool afgerond. Toen kwam de volgende stap.
Remco Groenhuijzen: Stage lopen was heel belangrijk, omdat je dan echt in het werk terechtkomt. Een bijbaantje is prima, dat deed ik ook al. Later werkte ik bij Marriott in het café. In het derde jaar liep ik stage. Het was nog in de tijd waarin je niet naar Oezbekistan, China of waar dan ook naartoe mocht. Je moest in Nederland blijven. Ik heb in het American Hotel en het Amstel Hotel stagegelopen en ben daar ook in de keuken gaan werken. Op een gegeven moment ging de magazijnmeester zes weken op vakantie. Ik weet het verhaal niet meer precies, maar hij had nog veel overuren, geloof ik. Toen vroegen ze: “Wil jij het magazijn doen?” Eerst dacht ik: wat is dat dan? Daar leerde ik veel. Ik moest alles bestellen, de inkoop doen en de stocktaking verzorgen. Ik leerde de achterkant van het bedrijf kennen. Dat leer je in theorie op de opleiding, maar daar zag ik het ook in de praktijk.
Jerry Helmers: Je kreeg dus meteen behoorlijk wat verantwoordelijkheid. Dit was onderdeel van je stage. Dat is toch een goede stage?
Remco Groenhuijzen: Er zat wel een manager boven mij die me hielp en van wie ik kon leren. Maar Remco was natuurlijk een beetje een strebertje.
Jerry Helmers: Heb je toen ontdekt dat je dit vak goed kon of dat je het begreep?
Remco Groenhuijzen: Ik ontdekte misschien vooral dat ik niet meer in de keuken wilde werken en dat ik andere functies wilde. Ik maakte voor mezelf de keuze dat ik richting F&B-management wilde en manager wilde worden. Zo bepaal je een beetje wat je volgende stap moet zijn.
Jerry Helmers: Wat werd die volgende stap?
Remco Groenhuijzen: In het vierde jaar zat ik nog op de opleiding. Ik werkte nog bij Marriott in Amsterdam, in de bar en in het café. Het waren heel andere tijden.
Jerry Helmers: We praten over het begin van de jaren tachtig?
Remco Groenhuijzen: Ja. De jeugdwerkloosheid was toen in Amsterdam 25 tot 30 procent. Dat vergeten jongeren tegenwoordig. Om een baan te krijgen moest je echt je best doen en uitgekozen worden. Als je een brief schreef, schreven er 150 mensen met je mee. Ik wilde bij Marriott blijven. Ik werkte toen nog in de bar en mocht een paar uur cocktaildienst lopen. Maar goed, ik had een baan, dus dat was fijn. Op een gegeven moment kwam de functie van night auditor vrij. Er werd verteld dat je een aantal functies moest doen als je die opleiding had gevolgd. Dat was in die tijd night auditor of stewarding, om achter de schermen meer te leren. Ik ben de nacht ingegaan en heb anderhalf jaar nachtdiensten gedraaid. Daar heb ik heel veel geleerd. Het was nog de tijd zonder computers. Tegenwoordig druk je op een knop en draai je de night audit. Toen moest je voor 400 kamers de rekening echt opboeken. Als iemand een kamerprijs van 200 gulden had, boekten we die op. Dat deden we rekening voor rekening.
Jerry Helmers: Het was dus geen rustige nachtdienst.
Remco Groenhuijzen: Nee. We moesten een trial balance draaien. Als je uit balans was, kon je gaan zoeken, want dan had het systeem ergens een fout gemaakt. Dat was wel leuk.
Jerry Helmers: Het was heel leerzaam.
Remco Groenhuijzen: Zeker. Marriott was een prachtig bedrijf en het is nog steeds een mooi hotel. De organisatie was heel strak. Daarna ben ik naar het Sonesta gegaan, wat nu het Renaissance is. Ik had natuurlijk in het Amstel Hotel gewerkt, wat heel Frans-klassiek was. Marriott en Sonesta waren de nieuwe, Amerikaans geschoolde bedrijven. Het was interessant om daar stappen in te maken.

[19:49–23:23] Amerikaanse hotelorganisaties en onregelmatige werktijden
Jerry Helmers: In Amerika kijkt men volgens mij heel anders aan tegen service in de horeca. Als je als Nederlander in de Verenigde Staten op vakantie of op reis bent en daar in een restaurant zit, is dat een compleet andere ervaring.
Remco Groenhuijzen: Cultureel gezien wel.
Jerry Helmers: Wat bedoel je dan met Amerikaans geschoold?
Remco Groenhuijzen: We waren wel in Amsterdam. Ik zag niet zo heel veel verschillen in de service. Vooral de organisatie erachter was anders.
Jerry Helmers: Je had nog steeds wisselende werktijden.
Remco Groenhuijzen: Ik ben daarna naar Sonesta gegaan. Ik deed daar overdag de stewarding, maar had ook avonddiensten. Ik was verantwoordelijk voor de schoonmaak in het hotel, behalve voor de kamers. Alles daaromheen viel eronder. Het was ook een hotel met 400 kamers, dus best groot. Daarna ben ik naar het restaurant gegaan als restaurant supervisor. Het heette toen het Serre Restaurant, de all-day dining. Toen had ik het gemaakt.
Jerry Helmers: Je zegt dat je het had gemaakt. Je was 23, een jonge vent. Je bent nu volgens mij iets langer dan twee meter en dat zul je toen ook zijn geweest. Jij moet ongelooflijk aantrekkelijk zijn geweest voor het ontmoeten van een leuke vriendin. Maar hoe kon je die ontmoeten als je alleen maar aan het werk was?
Remco Groenhuijzen: Die had ik al ontmoet op de hotelschool.
Jerry Helmers: O.
Remco Groenhuijzen: Mijn vrouw is ook naar de hotelschool gegaan, alleen was het niets voor haar.
Jerry Helmers: Je hebt nog steeds dezelfde vriendin?
Remco Groenhuijzen: Ja.
Jerry Helmers: Inmiddels je vrouw.
Remco Groenhuijzen: Ja.
Jerry Helmers: Volgend jaar zijn jullie veertig jaar samen. Het was dus dubbelop leuk dat je op de middelbare hotelschool ook je levenspartner ontmoette. Had zij er geen problemen mee dat haar vriend volop onregelmatige diensten draaide? Zij zat waarschijnlijk zelf ook in dat vak.
Remco Groenhuijzen: Uiteindelijk niet. Toen zij op de hotelschool zat, kwam ze erachter dat het niets voor haar was. Ik heb wel gezegd: “Ik realiseer me dat ik in de horeca wil werken en dat daar wisseldiensten bij horen.” Dat is eigenlijk altijd goed gegaan. We zijn nog steeds getrouwd.
Jerry Helmers: Daar zat dus geen bezwaar. Volgend jaar halen jullie de veertig jaar. Dan moet ik even terugkijken naar de stellingen van het begin. De eerste was: als mijn echtgenote zou zeggen: “Nu is het genoeg geweest met al die onregelmatige werktijden”, dan zou ik serieus overwegen om uit het hotelvak te stappen. Jij antwoordde oneens. Waarom?
Remco Groenhuijzen: Ik denk dat je dat samen goed moet regelen. Een groot verschil is misschien dat wij geen kinderen hebben. Als je kinderen hebt, moet je er allebei voor zorgen. Ik zie nu bij veel medewerkers met kinderen hoe moeilijk het kan zijn om dat met wisseldiensten te combineren. Maar goed, ik was gedreven om carrière te maken. Daar hoorden wisseldiensten en vaak lange dagen bij. Daarna ben ik naar Sint Maarten gegaan. Daar werkte ik zes dagen per week. Het restaurant ging om twaalf uur open en ’s avonds om twaalf uur dicht. Je zorgde dat je er om tien uur ’s morgens was en kwam om één of twee uur ’s nachts thuis.

[23:24–28:45] Zes jaar werken op Sint Maarten
Jerry Helmers: Waarom belandde je op Sint Maarten?
Remco Groenhuijzen: Met het vliegtuig. Nee, dat is wel leuk. Ik was op mijn 23e restaurantmanager en wilde kijken wat mijn volgende stap kon zijn. We hadden een F&B-manager met wie ik contact had. Hij kende iemand op Sint Maarten die een restaurant en een bar had. Hij zei: “Misschien moet je ervaring in het buitenland opdoen. Ik denk dat dat goed voor je is. Ik kan hem wel bellen om te kijken of je daar kunt werken. Volgens mij zoekt hij iemand.” Het was een heel andere tijd. Er was geen FaceTime en dat soort dingen. Ik heb een telefoongesprek gehad en een brief gestuurd. Uiteindelijk ben ik uitgenodigd om ernaartoe te komen. Ik wist eigenlijk helemaal niet wat ik kon verwachten, maar ben gewoon in het vliegtuig gestapt en ernaartoe gevlogen. Toen ben ik daar begonnen.
Jerry Helmers: Ging je vriendin mee?
Remco Groenhuijzen: We hadden het zo geregeld dat ik eerst ging. Remco wil soms toch een beetje veiligheid. Wij woonden in Amsterdam, op Wittenburg, en hadden daar een woning. Ik zou binnen zes weken kijken hoe het ging. Als het helemaal niets zou zijn, zou ik terugkomen. We hadden die woning en moesten die anders opzeggen. Dat vonden we een risico. Ik was 24, dus je wilt toch wat zekerheid inbouwen.
Jerry Helmers: Je vriendin moest uiteindelijk ook haar baan of carrière in Nederland opzeggen. Dat is toch een stevig gesprek dat je dan moet voeren?
Remco Groenhuijzen: Zij werkte bij Stork, waar mijn schoonvader ook werkte. Stork was een groot bedrijf. Zij zei: “Ik vind het prima om mee te gaan. Ik vind daar wel ander werk.” Dat heeft ze uiteindelijk ook gevonden. We hebben een heel goede tijd op Sint Maarten gehad.
Jerry Helmers: Hoe lang ben je daar geweest?
Remco Groenhuijzen: Bijna zes jaar.
Jerry Helmers: Wat was de belangrijkste les die je vanuit Sint Maarten meenam? Het is toch een andere cultuur.
Remco Groenhuijzen: Zeker. Sint Maarten heeft een Frans gedeelte en een Nederlands gedeelte. Dat maakt de charme van het eiland. Het is een vakantie-eiland. Ik werkte bij een restaurant op de luchthaven. We hadden een restaurant in de stad, een bar en een bar achter de douane. Dat runden we. Er kwamen heel veel Amerikanen, dus ik kwam echt in contact met de Amerikaanse cultuur. Een voorbeeld: als mensen in Amerika uitgegeten zijn, haal je het bord weg en vraag je of het heeft gesmaakt, terwijl de ander nog aan het eten is. Dat was in Nederland not done.
Jerry Helmers: Dat is het nog steeds, denk ik.
Remco Groenhuijzen: Als je in Nederland de rekening op tafel legt, denken mensen: je wilt dat ik wegga. In Amerika zien ze dat als service. Ondanks dat ik bij Marriott en Sonesta had gewerkt, verleenden we daar toch heel Europese service. Op Sint Maarten kwam ik al dat soort verschillen tegen. Ik vond het interessant om te zien. Je werkt ook met de lokale bevolking, die heel anders in het leven staat.
Jerry Helmers: Was dat alleen interessant of ook vermoeiend en stressvol?
Remco Groenhuijzen: Als je jong bent, manoeuvreer je daartussen. Het komt terug op het verhaal: hoe sta je open voor mensen en hoe ga je met mensen om? Aan het eind van de dag ging ik met de jongens een biertje drinken of gingen we ergens naartoe. Dat was altijd gezellig. Je moet mensen niet veroordelen om hoe ze leven en dingen doen. Je kunt er een mening over hebben.
Jerry Helmers: Maar je moet er open in staan. Op een gegeven moment kwam je weer terug naar Nederland.
Remco Groenhuijzen: Ik had tegen mezelf gezegd dat ik twee jaar naar Sint Maarten zou gaan. Het was tijdens de Golfoorlog, begin jaren negentig, heel moeilijk om Amerika binnen te komen. Een vriend van me zat daar. Ik heb ook naar een green card gekeken, maar dat was niet te doen. Vanaf het eiland solliciteren was heel moeilijk. Je moest een brief sturen. Voordat die brief daar was, was de functie al vervuld. Op een gegeven moment heb ik gezegd: “Oké, we nemen iemand anders aan voor het restaurant.” Ik heb die persoon een half jaar ingewerkt. Daarna heb ik mijn spullen gepakt en ben ik terug naar Nederland gegaan. We zeiden: “We gaan kijken wat hier gebeurt.” Ik wilde best naar het buitenland, maar het was moeilijk om zomaar in het buitenland terecht te komen. Een bedrijf moest je eigenlijk uitzenden. Toen ben ik als assistent-bedrijfsleider bij Van der Valk begonnen. Ik wilde gewoon werk en wilde in beeld komen. Dat was heel leerzaam.
Jerry Helmers: Bij Utrecht was dat?
Remco Groenhuijzen: Ja.

[28:46–33:23] Carrière binnen Van der Valk en Accor
Jerry Helmers: Heb je vervolgens carrière gemaakt bij Van der Valk? Uiteindelijk ben je hier bij Mövenpick terechtgekomen. Maak ik nu een te grote sprong?
Remco Groenhuijzen: Nee. Als je bij Van der Valk carrière wilde maken, moest je met iemand van Van der Valk trouwen. Ik was al getrouwd, dus dat werd lastig.
Jerry Helmers: Dus dat hield op.
Remco Groenhuijzen: Het had twee kanten. Ik was assistent-bedrijfsleider. Meneer en mevrouw Van der Valk, Klaas van der Valk, waren daar. Het hotel in Breukelen was hun hotel. Het was een heel operationele functie. Aan de ene kant heb ik daar echt dingen geleerd. Op een zondag deden we 900 gasten à la carte. Dat draaide maar door.
Jerry Helmers: Vond je dat operationele leuk? Je had, ondanks dat je nog relatief jong was, veel relevante ervaring opgedaan in verschillende organisaties en op Sint Maarten gewerkt. Je kwam met ongelooflijk veel bagage terug, ook wat betreft het werken met andere culturen. Toch ging je weer in een operationele functie bij Van der Valk werken. Vond je niet dat het tijd was om op een strategische plek terecht te komen?
Remco Groenhuijzen: Dat was een van de twee redenen waarom ik op een gegeven moment verder wilde kijken. Bij Van der Valk was het heel operationeel, omdat meneer Van der Valk achter de schermen eigenlijk alles regelde. Wij kwamen binnen, hadden een team en draaiden daarmee de shift. Op Sint Maarten deed ik ook de inkoop, betaalde ik het personeel en deed ik allerlei andere zaken. Ik wilde weer een managementfunctie op een ander niveau. De tweede reden was dat ik naar het buitenland wilde. Ik dacht: ik moet naar een internationale keten om van daaruit naar het buitenland te kunnen worden uitgezonden. Zo ben ik bij Novotel, onderdeel van Accor, begonnen. Het grappige is dat dit dertig jaar geleden is en ik nog steeds in Amsterdam zit. Dat plan is dus niet helemaal gelukt.
Jerry Helmers: Er is hier wel een buitenlandse vibe. We begonnen al met de cruiseschepen die aanmeren. Voor de deur van het Mövenpick Hotel zie je al die rolkoffertjes aankomen. Je zit dus wel in een internationale omgeving. Is het nog steeds een teleurstelling dat het buitenland niet is gelukt?
Remco Groenhuijzen: Nee. Ik zit dertig jaar bij Accor, maar ik heb elke twee, drie of vijf jaar stappen gemaakt en heel veel verschillende dingen gedaan. Daar heb ik veel van geleerd. Op een gegeven moment kreeg ik ook de kans om naar het buitenland te gaan en heb ik gesprekken gevoerd. Toen kwam er weer iets in Amsterdam. Dat was vlak voordat ik naar The Grand ging. Toen werd gevraagd: “Wil je The Grand doen?” Dan moet je kiezen. Bij de stappen die ik kon maken, heb ik vaak gekeken naar het product en naar wat ik daar nog meer kon leren.
Jerry Helmers: Is een baan voor jou vooral iets waarin je als persoon kunt leren?
Remco Groenhuijzen: Zeker. Toen ik bij Novotel begon, was ik restaurant- en conferencemanager. Daarna kon ik operations manager worden. Dat was voor mij een mooie stap. Ik zat heel erg in food and beverage, ook vanuit Van der Valk, en kwam daardoor meer met de hele rooms-kant in aanraking. Mijn volgende functie was directeur bij de opening van ibis Amsterdam Stopera. Dat was het openen van een hotel met 200 kamers, midden in Amsterdam.
Jerry Helmers: Wauw.
Remco Groenhuijzen: Ik was directeur en vond dat een heel mooie functie. Vervolgens ben ik naar ibis Amsterdam Airport gegaan.
Jerry Helmers: In Badhoevedorp, bij Schiphol-Noord.
Remco Groenhuijzen: Met 600 kamers. We hebben toen op het terrein het Etap Hotel geopend. Dat was ook weer een uitdaging. Vervolgens ben ik regiodirecteur geworden. Ik stuurde vijftien Accor-hotels in de economysector in Nederland aan. Dat was een heel mooie stap. Daarna ben ik als directeur teruggegaan naar Novotel. Er moest een renovatie plaatsvinden. Het pand was verkocht en er zou een grote investering worden gedaan. Het was prachtig om zo’n hotel te kunnen verbouwen. Er werd ongeveer 27 miljoen euro geïnvesteerd. Dat was een belangrijk project.
Jerry Helmers: Je durft dat soort verantwoordelijkheid dus te nemen?
Remco Groenhuijzen: Zeker.

[33:24–38:35] Calamiteiten, verantwoordelijkheid en leiderschap
Jerry Helmers: Is dat eng?
Remco Groenhuijzen: Nee.
Jerry Helmers: Lig je er weleens wakker van?
Remco Groenhuijzen: Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Misschien maak ik me soms te druk over dingen of neem ik te veel verantwoordelijkheid.
Jerry Helmers: Juist dan kun je er toch wakker van liggen?
Remco Groenhuijzen: Dat gebeurt ook weleens.
Jerry Helmers: Waar pieker je dan over?
Remco Groenhuijzen: Dat wisselt. Wat kan ik beter doen? Wat moet ik rechtbreien? Vooral als er incidenten zijn, blijft dat in me spelen. Ik ben vaak met dingen bezig.
Jerry Helmers: Heb je een voorbeeld van zo’n incident uit je hotelcarrière waarvan je denkt: dat zal ik nooit vergeten? Misschien was het zelfs een keerpunt.
Remco Groenhuijzen: Ik weet niet of het een keerpunt was. Tijdens de verbouwing van Novotel hebben we bijvoorbeeld een asbestbesmetting gehad. We moesten het hotel ontruimen. Dat was een moment waarop je ’s avonds niet makkelijk gaat slapen.
Jerry Helmers: Komt dan de ware leider naar boven?
Remco Groenhuijzen: Ik denk het wel. Het team kijkt naar je. Wat doe je? Wat gebeurt er? Hoe stel je je op? Je hebt de belangrijke rol om de rust te bewaren en de stappen te nemen die van je worden verwacht. Mensen kijken naar hoe je dat doet.
Jerry Helmers: Aan het begin hadden we de stelling: ik ben liever een warme leider die soms te betrokken is dan een afstandelijke leider die alles perfect onder controle heeft. Je noemt een asbestbesmetting. Dat is nogal wat.
Remco Groenhuijzen: Ze waren asbest aan het saneren en dat ging fout, waardoor de openbare ruimtes werden besmet.
Jerry Helmers: Dan moet je ingrijpen en strak zijn. Alleen al voor de gezondheid van iedereen in de buurt. Kun je dan nog een warme leider zijn?
Remco Groenhuijzen: Op zo’n moment niet. Dat geldt niet alleen hierbij, maar ook bij andere gevallen. We hebben ook een keer brand gehad. Op zo’n moment wordt vooral van je verwacht dat je beslissingen neemt en snel schakelt.
Jerry Helmers: Waar was die brand?
Remco Groenhuijzen: Ook in Novotel, vlak na de verbouwing.
Jerry Helmers: Wat is er gebeurd? Brand is brand, maar hoe ontstond het?
Remco Groenhuijzen: Je ziet dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Het had te maken met een afzuiging waarvoor ze een tijdelijke oplossing hadden gemaakt. Daardoor hoopte vet zich op in de afzuiging. De vlam sloeg in de pan en kwam vervolgens in het plafond terecht. Toen ontstond er brand.
Jerry Helmers: Was jij op dat moment aanwezig of werd je ’s nachts uit je bed gebeld?
Remco Groenhuijzen: Ik was buiten de deur. Ik zag dat iemand belde, maar dacht: ik bel hem later terug. Ik drukte hem weg. Hij belde nog een keer en ik drukte hem opnieuw weg. Maar hij belde vier keer, dus ik dacht: ik zal toch maar opnemen. Met trillende stem zei hij: “Het hotel staat in brand.”
Jerry Helmers: O my god.
Remco Groenhuijzen: Dan trekt het bloed even uit je gezicht. Ik dacht: wat tref ik daar aan? Je komt aan en daar staat de pers, de brandweer en iedereen kijkt naar jou.
Jerry Helmers: Voel je dat op zo’n moment bewust of zit je in een flow en focus je je stap voor stap op het creëren van een oplossing?
Remco Groenhuijzen: Je weegt heel snel dingen af. Nadenken, schakelen. Ik weet niet goed hoe ik dat moet uitleggen.
Jerry Helmers: Waarom vergeet je dit nooit?
Remco Groenhuijzen: Omdat je gebeld wordt en nog niet weet hoe het gaat aflopen. We hadden alles net verbouwd. Het was natuurlijk doodzonde dat dit gebeurde.
Jerry Helmers: Is er dan ook een gevoel dat je misschien zelf verantwoordelijk bent voor een gemaakte fout?
Remco Groenhuijzen: Mijn belangrijkste prioriteit was de veiligheid. Je zorgt dat iedereen veilig is. Dat is je eerste zorg. Ik heb nooit echt het gevoel gehad dat het mijn fout was.
Jerry Helmers: Kan die twijfel later toeslaan?
Remco Groenhuijzen: Dat is iets voor daarna. Dan analyseer je wat er is gebeurd en of je het had kunnen voorkomen.
Jerry Helmers: Was dit het moment waarop je voelde dat je een goede leider was of waarop je ontdekte wat leiderschap in de horeca moet zijn?

[38:36–41:27] Binnenkomen als nieuwe hoteldirecteur
Remco Groenhuijzen: Ik denk dat ik altijd mijn eigen ding heb gedaan. Je bent je natuurlijk wel bewust van je rol. Als je in een nieuw hotel stapt, ben je heel bewust bezig met de vraag: hoe pak ik dit aan en hoe ga ik aan de slag? Ik heb daar een bepaald pad voor. Toen ik vanuit Novotel, waar ik zes jaar had gezeten, naar The Grand ging, kwam ik in een ander hotel binnen. Ik dacht bewust na over hoe ik dat moest aanpakken. Ook toen ik van The Grand naar Mövenpick ging, was ik me heel bewust van mijn rol. Er komt een nieuwe directeur en dat is altijd spannend.
Jerry Helmers: Moet je jezelf bewijzen?
Remco Groenhuijzen: Dat voel je zelf wel. Je wilt een goede overgang creëren. Er is een hoteloperatie die loopt. Er kunnen dingen worden verbeterd, maar ik ben niet iemand die binnenkomt en zegt: “We gaan dit verbeteren, dit veranderen en dit is allemaal slechter.” Je kijkt eerst wat er gebeurt en gaat met de mensen in gesprek. Het is misschien een dooddoener, maar je kijkt de eerste honderd dagen wat er is.
Jerry Helmers: Staat je deur altijd open?
Remco Groenhuijzen: Ja.
Jerry Helmers: Soms schrikken managers ervan als mensen daadwerkelijk door die deur naar binnen stappen.
Remco Groenhuijzen: Dat vind ik niet zo lastig. Je positioneert jezelf en zorgt daarna dat je samen met je team iets opbouwt. Vertrouwen is heel belangrijk, net als een bepaalde rust uitstralen. Als er een calamiteit is of iets anders gebeurt, moet je daar goed over communiceren. Mensen moeten denken: er is openheid en er wordt niets verborgen. Dat soort dingen zijn belangrijk voor een team.
Jerry Helmers: Heb je dat op de hotelschool geleerd of is het learning by doing?
Remco Groenhuijzen: Je verandert natuurlijk als manager. Toen ik voor het eerst een hotel opende, ibis Amsterdam Stopera, was het anders. Je begint met een heel klein team en bouwt dat uit. Iedereen kijkt naar je. Er zijn verschillen tussen situaties, maar ervaring is heel belangrijk.
Jerry Helmers: Het is dus niet iets wat je op de hotelschool leert.
Remco Groenhuijzen: Precies.

[41:28–46:40] Belangenbehartiging en het bouwen van een netwerk
Jerry Helmers: Ik wil richting het slot nog ergens met je over praten. Je bent een jonge zestiger, mag ik dat zo zeggen?
Remco Groenhuijzen: Ja, hoor.
Jerry Helmers: Een jonge, topfitte zestiger. Je zet je ook in voor belangenbehartiging binnen de stad Amsterdam. Is dat een manier om leiderschap te tonen en de branche als geheel te dienen?
Remco Groenhuijzen: Wat ik zelf heel belangrijk vind, en je vroeg net om tips, is de Circle of Influence. Ik denk dat ik op de plek ben gekomen waar ik nu zit, omdat ik altijd iets extra’s heb gedaan. Als er een F&B-werkgroep was en mensen vroegen: “Wil je daarin meewerken?”, dan pakte ik dat aan. Toen ik bij Novotel zat, was ik lid van de Association of Food & Beverage Management. Ze zochten iemand voor het bestuur, dus ben ik in het bestuur gestapt.
Jerry Helmers: Wat doe je nu voor de belangen van Amsterdam?
Remco Groenhuijzen: Ik ben voorzitter van Luxury Hotels of Amsterdam. Dat is de afgelopen jaren steeds meer noodzakelijk geworden.
Jerry Helmers: Je bedoelt vanwege het anti-toerismebeleid van de hoofdstad?
Remco Groenhuijzen: Ja. Er wordt gedacht dat de toeristenbelasting een soort graaipot is waarmee je allemaal leuke dingen kunt doen. Wij zijn er een aantal jaar geleden mee begonnen om politieke partijen te vertellen hoe belangrijk de bezoekerseconomie voor Amsterdam is. Ik vind dat je je daarvoor moet inzetten. Daarnaast ben ik bijvoorbeeld bestuurslid geweest bij het Rode Kruis. Het is ook heel belangrijk om iets buiten de horeca te doen.
Jerry Helmers: Het leven bestaat niet alleen uit horeca.
Remco Groenhuijzen: Nee. Ik zit nu in het bestuur van een theater in onze woonplaats. Daar leer je weer andere dingen en kom je met andere branches in aanraking.
Jerry Helmers: Daarmee geef je eigenlijk de eerste tip die we aan het begin van de podcast beloofden. Voor mensen die een mooie carrière in de horeca willen: doe ook dingen naast je werk. Doe aan belangenbehartiging of ga in een bestuur zitten. Je doet ervaring op, leert en kunt er altijd iets uit meenemen.
Remco Groenhuijzen: Ik probeer jonge mensen ook te vertellen: zorg dat je een netwerk bouwt. Tegenwoordig nodig je iemand uit op LinkedIn en ben je connected.
Jerry Helmers: Dan zijn we vrienden voor het leven.
Remco Groenhuijzen: Om een voorbeeld te geven: via de Association of Food & Beverage Management kwam ik met anderen in contact. Toen ik een kassasysteem wilde aanschaffen, kon ik bellen en vragen wie dat systeem al had.
Jerry Helmers: Precies.
Remco Groenhuijzen: Dan zocht je contact met die mensen. Een aantal van hen is uiteindelijk ook bevriend met me geraakt.
Jerry Helmers: Hoe doen jongeren dat dan? Ze doen het nu via LinkedIn. Je bent connected en met één klik bevriend. Hoe bouw je concreet een netwerk?
Remco Groenhuijzen: Word lid van zo’n vereniging, maar ga er ook actief naartoe. In Amsterdam organiseert Koninklijke Horeca Nederland bijvoorbeeld vergaderingen met hotels. Ik zie daar bijna altijd dezelfde gezichten. Als je een nieuwe hoteldirecteur in Amsterdam bent, ga dan naar zo’n vergadering. Daar leer je andere mensen kennen. Het zijn niet alleen concurrenten, maar ook collega’s. Samen probeer je Amsterdam te verkopen.
Jerry Helmers: Ook als het concurrenten zijn, is dat toch geen vies woord? Dat betekent niet dat je op andere vlakken niet kunt samenwerken.
Remco Groenhuijzen: Absoluut. Toen ik bij The Grand zat, probeerde je in Amerika eerst Amsterdam te verkopen. Vervolgens is het de keuze van de gasten naar welk hotel zij gaan. In het bouwen van een netwerk moet je investeren.
Jerry Helmers: Dat klopt.
Remco Groenhuijzen: Als ik in een bestuur zit, zoals gisteravond bij de Vrienden van het OLVG, is dat ook in de avond. Daar moet je tijd voor vrijmaken. Dan komen we misschien weer bij mijn vrouw uit.
Jerry Helmers: Je brengt het zelf al ter sprake. Had je toestemming van je vrouw?
Remco Groenhuijzen: Ik heb niet om toestemming gevraagd.
Jerry Helmers: Of je in zo’n bestuur mocht zitten. De eerste tip is dus: doe iets extra’s buiten je werk om daarvan te leren. De tweede tip: probeer je netwerk goed op te bouwen. Ga daadwerkelijk naar verenigingen en belangenorganisaties en bezoek vergaderingen om mensen te leren kennen.

[46:41–50:23] Leading by example en kansen benutten
Jerry Helmers: Heb je nog een derde tip?
Remco Groenhuijzen: Managerial gezien zeg ik altijd: leading by example. Waarom vind ik dat belangrijk? Je vroeg net hoe mensen jou als leider zien. Dat begint met hoe je jezelf beweegt en wat je doet als je een hotel binnenkomt. Ik loop veel rond. Als ik ’s morgens binnenkom, ga ik eerst kijken hoe het ontbijt verloopt. Dan kan ik eigenlijk al voelen wat er in het hotel gebeurt. Ik praat ook met medewerkers. Het begint al met vragen als: waar parkeer ik mijn auto? Neem ik de personeelsingang? Eet ik in de kantine?
Jerry Helmers: Wat bedoel je daarmee? Neem je zelf de personeelsingang?
Remco Groenhuijzen: We hebben een aantal huisregels. Als je als directeur die regels zelf met voeten treedt, kijken mensen daar snel doorheen. Iedereen begrijpt dat je als directeur bepaalde privileges hebt. Vroeger was een sluitdrankje heel gewoon en werd er veel gedronken. Tegenwoordig zijn er veel regels rond drankgebruik en drankmisbruik en doen we dat niet meer. Dat betekent dat ik als directeur niet met mijn managementteam uitgebreid ga zitten drinken. Dan geef je het verkeerde voorbeeld. Leading by example betekent ook dat je kijkt naar hoe je gekleed bent. Ik vraag van de mensen hier dat ze een uniform dragen en bijvoorbeeld een stropdas omdoen. Mensen voelen heel goed aan wanneer je zelf niet doet wat je verkondigt. Practice what you preach.
Jerry Helmers: Zo is het. We zijn aan het slot van deze podcast gekomen. Hebben we jou een beetje leren kennen? Heb je het achterste van je tong laten zien of wil je nog een laatste onthulling doen? Het zijn misschien flauwe vragen, maar is er iets wat ik absoluut had moeten vragen en waarvan je zegt: dit moet de luisteraar van mij weten?
Remco Groenhuijzen: Ik zeg altijd: dat moet je aan andere mensen vragen. Wat ik fijn vind om te zien als je het over mijn carrière hebt, is dat ik heel veel kansen heb gehad binnen Accor. Een belangrijk aspect is dat je ook kansen moet krijgen. Toen ik 23 was, was ik manager van het restaurant in het Sonesta. Laatst was er een reünie. Als ik nu mensen van 23 zie, denk ik: ik was toch ook wel een floepertje. Ik denk weleens aan de mensen die mij kansen hebben gegeven. Je moet ook een beetje mazzel hebben en op het juiste moment op de juiste plek zijn.
Jerry Helmers: Dat komt toch ook door je netwerk?
Remco Groenhuijzen: Ja, en door jezelf te laten zien en te tonen. Dat is belangrijk. Het komt je niet allemaal aanwaaien. Je moet inzet tonen en die extra uurtjes maken. Het klinkt misschien flauw om te zeggen dat je door extra uren te maken verder komt, maar dat hebben we wel gezien.
Jerry Helmers: Als je niet in jezelf investeert, wordt het heel lastig om dingen voor jezelf, je carrière en je passie voor elkaar te krijgen.
Remco Groenhuijzen: Duidelijk.
Jerry Helmers: Leuk, Remco. Ik hoop dat jij met plezier terugkijkt op het gesprek dat we hebben gehad.
Remco Groenhuijzen: Absoluut.

[50:24] Afsluiting
Voice-over: Bedankt voor het luisteren. Vind je dit een leuke podcast en wil je geen enkele aflevering missen? Klik dan op het plusje om ons te volgen.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten