hotelvak.eu
EN
Platform on hotelmanagement, interiordesign and design in the Netherlands
Wie verdient er aan de asielnood?
Lange rijen in Ter Apel. Het Rode Kruis plaatste eind mei tenten tegen de hitte.

Who is profiting from the asylum crisis?

Opvang interessanter dan gewone hotellerie

De asielcrisis heeft een nieuwe hotelmarkt gecreëerd. Niet met toeristen, zakenreizigers of weekendgasten, maar met publieke contracten, langdurige bezetting en noodopvang. Wie het nieuws volgt, ziet opnieuw beelden uit Ter Apel: mensen die buiten wachten, noodoplossingen op het grasveld en een aanmeldcentrum dat de druk niet aankan. Het is een visuele cirkel waar Nederland in is beland. Telkens dezelfde beelden. Telkens dezelfde noodgrepen. Telkens dezelfde vraag waarom het systeem niet structureel wordt opgelost.

Voor hoteliers is die crisis ongemakkelijk. Een hotel is bedoeld voor gasten, niet als opvanglocatie. Toch is de zakelijke aantrekkingskracht helder. Een gewone hotelkamer moet iedere dag opnieuw worden verkocht. Via de eigen website, boekingsplatforms, zakelijke contracten of arrangementen. De bezetting schommelt per seizoen, per regio en per dag van de week. Een opvangcontract biedt iets wat in de hotellerie schaars is: voorspelbare bezetting.

Daarmee wordt de vraag scherp: is opvang voor sommige hotels financieel interessanter dan gewone hotellerie?

Who is profiting from the asylum crisis? 1
Noodopvang in AZC.

Zekerheid in onzekere tijden

Voor bepaalde locaties is het antwoord: ja. Vooral hotels met zwakke bezetting, verouderde panden of een ligging buiten de toeristische kern kunnen in opvang een stabieler verdienmodel zien dan in de reguliere hotelmarkt. De hotelier verkoopt dan geen hotelbeleving meer, maar huisvestingscapaciteit. Dat is een wezenlijk ander product.

Die zekerheid heeft een prijs. Een opvanglocatie vraagt beheer, schoonmaak, catering, beveiliging, begeleiding en voortdurende afstemming met overheid en gemeente. Het pand wordt intensief gebruikt. Het imago verandert. En de ondernemer stapt in een dossier dat politiek en maatschappelijk zwaarbeladen is. Maar zakelijk blijft de rekensom begrijpelijk: langdurige bezetting kan aantrekkelijker zijn dan lege kamers.

Voor de belastingbetaler is vooral de prijs relevant. De Rijksoverheid noemt als gemiddelde kosten voor reguliere opvang 91 euro per persoon per dag. Voor noodopvang is dat 184 euro per persoon per dag. In die bedragen zitten niet alleen huisvesting, maar ook begeleiding, beveiliging, zorg, organisatie en voorzieningen. Toch maakt het verschil duidelijk waarom noodopvang zwaar drukt op de publieke rekening.

Ter Apel als terugkerend bewijs

De NOS meldde in de maand mei alleen al dat Stadskanaal opnieuw moest bijspringen met nachtopvang voor asielzoekers die niet in Ter Apel terechtkonden. Ook Groningen en Gieten openden tijdelijke nachtopvang om Ter Apel te ontlasten. Het aanmeldcentrum was meerdere dagen op rij overvol, met bijna dagelijks meer dan 2200 mensen terwijl het complex maximaal 2000 mensen mag opvangen. Op een avond werd nog gezocht naar slaapplekken voor mensen die buiten stonden te wachten. Ook plaatste het Rode Kruis open tenten op het grasveld tegen de hitte, waarbij hulporganisaties benadrukten dat die tenten niet bedoeld waren om in te slapen.

Daar zit de kern. Een regulier asielzoekerscentrum is goedkoper, maar komt traag tot stand. Er zijn locaties nodig, vergunningen, personeel, politieke besluiten en lokaal draagvlak. Hotelopvang is duurder, maar sneller. En snelheid is precies wat het systeem telkens nodig heeft zodra Ter Apel vastloopt.

De tijdelijke oplossing voelt daardoor steeds minder tijdelijk. Eind 2025 meldde de NOS dat het COA nareizigers naar hotels in hun toekomstige woongemeente moet brengen om ruimte vrij te maken in de opvang. Volgens die berichtgeving zaten er toen ongeveer 8000 nareizigers in COA-locaties en wachtten circa 18.000 statushouders in de opvang op een woning. Het probleem zit dus niet alleen aan de voordeur van Ter Apel. Het zit ook aan de achterkant van het systeem: mensen die mogen blijven, stromen niet snel genoeg door naar reguliere huisvesting.

Who is profiting from the asylum crisis? 2
Het debat in Nederland verhard. Voor- en tegenstanders van opvanglocaties staan steeds vaker lijnrecht tegenover elkaar. Geweld wordt niet geschuwd.

Publieke rekening, private contracten

Voor hoteliers en vastgoedpartijen ontstaat daardoor een zakelijke kans. Een pand dat als hotel matig rendeert, kan als opvanglocatie ineens interessant worden. Zeker bij hotels die veel moeten investeren om opnieuw concurrerend te worden, kan langdurige verhuur aan een publieke partij zakelijk logischer lijken dan renovatie, marketing en dagelijkse strijd om bezetting. Dat betekent niet dat een hotelier zomaar een azc opent. Een opvanglocatie vraagt afspraken met het COA, de gemeente, de veiligheidsregio en andere betrokken partijen. 

Soms zijn tijdelijke toestemmingen of aanvullende vergunningen nodig. Ook moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor veiligheid, beheer, zorg, communicatie met omwonenden en eventuele overlast. Het is dus geen gewone hoteldeal, maar een exploitatievorm met publieke gevolgen. Die publieke gevolgen zijn groot. De vele protesten rond opvanglocaties laten zien dat inwoners van gemeenten niet allemaal blij zijn met de komst van dergelijke locaties. In elk publiek debat zijn voorstanders en tegenstanders, maar rond asielopvang lopen de emoties vaak extra hard op. Soms gaat het om zorgen over veiligheid, leefbaarheid, druk op voorzieningen of het karakter van een wijk. Soms wordt het debat politiek aangejaagd. In alle gevallen geldt: wie als hotelier denkt dat opvang alleen een vastgoedbeslissing is, onderschat de maatschappelijke lading. Ook bestuurlijk wringt het. Het COA meldt dat er verspreid over Nederland meer dan 300 opvanglocaties zijn. Tegelijk is er geen helder publiek overzicht waarin eenvoudig te zien is hoeveel daarvan hotels zijn, welke contracten lopen, wat per locatie wordt betaald en hoelang afspraken duren. Precies daar ontstaat wantrouwen. De opvang is zichtbaar in de straat, maar de financiële afspraken blijven vaak buiten beeld.

Ongemakkelijk

Voor de hotelbranche is dit een ongemakkelijke spiegel. Hotels zijn commerciële ondernemingen. Als de overheid capaciteit nodig heeft en daarvoor betaalt, is het logisch dat ondernemers daarop reageren. Maar zodra publiek geld wordt ingezet in een gevoelig maatschappelijk dossier, hoort daar openheid bij. Niet om iedere hotelier verdacht te maken, maar om onderscheid te kunnen maken tussen een redelijke vergoeding, noodzakelijke kosten en buitensporige winst. De vraag is daarom niet of een hotelier aan opvang mag verdienen. Natuurlijk mag een ondernemer betaald worden voor huisvesting, beheer en risico. De vraag is of Nederland zo afhankelijk is geworden van dure noodopvang dat commerciële opvangcapaciteit een parallel verdienmodel is geworden naast de gewone hotellerie.

Zolang reguliere opvang goedkoper is maar te langzaam tot stand komt, en hotelopvang duurder is maar direct beschikbaar, blijft die prikkel bestaan. Voor de overheid is het een noodgreep. Voor sommige ondernemers is het een kans. Voor inwoners is het een beladen besluit. En voor de belastingbetaler is het een rekening waarvan de precieze opbouw te vaak onduidelijk blijft.  

Bronnen: NOS, COA, Overheid.nl

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Send us a message

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten