Voor het eerst in ruim tien jaar daalt het aantal overnachtingen in Nederland. Daarmee lijkt 2026 een kantelpunt te worden voor de logiessector. Sinds 1 januari geldt voor aanbieders van logies, met uitzondering van campings, een btw-verhoging van 9 naar 21 procent. De eerste cijfers laten zien dat de markt daarop direct reageert: in de eerste vier maanden van 2026 nam het aantal overnachtingen over de hele linie af. Vooral buitenlandse gasten blijven vaker weg. Wat betekent deze trendbreuk voor hotels, vakantieparken en andere logiesaanbieders?
De verschillen binnen de sector nemen toe. Fastfood presteerde goed in het eerste kwartaal, terwijl hotels nauwelijks groei lieten zien. Tegelijkertijd daalt het aantal overnachtingen in Nederland en nemen de zorgen over prijsontwikkeling toe. De stijging van de inkoopkosten wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2026 zichtbaarder. Daarnaast stijgt in 2027 het minimumjeugdloon, wat de kosten voor ondernemers verder kan verhogen. Ondanks de toename van de koopkracht blijft de consumptie achter. Dat heeft een neerwaarts effect op de sector. Dit beeld sluit aan bij onze eerder gepubliceerde sectorprognoses.
De omzet van restaurants steeg in het eerste kwartaal met 1,6 procent. Deze groei komt volledig door hogere prijzen. De volumes laten juist een dalende trend zien, vooral in maart. Dat komt voornamelijk doordat maart 2025 een relatief sterke maand was door gunstige weersomstandigheden in vergelijking met maart 2026.
Fastservice laat, in tegenstelling tot voorgaande jaren, een duidelijke verbetering zien. De subsector noteerde in het eerste kwartaal een omzetgroei van 3,8 procent en presteerde daarmee beter dan de horecasector als geheel. Het herstel na eerdere moeilijke jaren lijkt daarmee door te zetten. Wel blijft inflatie een risico, omdat hogere prijzen de volumes opnieuw onder druk kunnen zetten.
Cafés laten een stabiel beeld zien ten opzichte van 2025. De omzet steeg in het eerste kwartaal beperkt met 1,3 procent. Ook hier komt de groei vooral door prijsstijgingen. De volumes blijven onder druk staan.
De omzet in de hotellerie steeg in het eerste kwartaal met 0,4 procent. Deze groei komt vooral door januari, toen logies relatief sterk groeide. Sneeuw zorgde toen tijdelijk voor extra vraag, vooral in de regio Schiphol, door vertraagde en geannuleerde vluchten. Over de eerste vier maanden van 2026 daalt het aantal overnachtingen in Nederland echter.
Het eerste kwartaal van 2026 zag er redelijk goed uit voor campings en vakantieparken, met een omzetgroei van bijna 5,5 procent. Deze groei kwam grotendeels door prijsstijgingen. Vanaf april wordt de markt uitdagender. Zowel hotels als andere logiesaanbieders zien het aantal overnachtingen dalen.
Het aantal overnachtingen in Nederland groeide de afgelopen 10 jaar vrijwel onafgebroken. Sinds 2013 was er sprake van constante groei. Alleen in 2020, 2021 en 2022 daalde het aantal overnachtingen door coronamaatregelen. De groei past in het wereldwijde beeld van een snelgroeiende toeristische sector. In de periode 2013 tot en met 2025 nam het aantal overnachtingen in januari tot en met april met ruim 75 procent toe.
Figuur 1:
Ontwikkeling aantal overnachtingen tot en met april.

In 2026 zien we voor het eerst een trendbreuk, waarbij er sprake is van een afname van het aantal overnachtingen in de eerste 4 maanden van het jaar. Ondanks dat het zwaartepunt van het aantal overnachtingen niet in deze maanden ligt, is het wel typerend voor het beeld in de markt. Het aantal overnachtingen daalde in de eerste vier maanden met 2,2 procent.
Zowel het aantal overnachtingen van binnenlandse als buitenlandse gasten nam af. In de afgelopen jaren waren buitenlandse gasten juist de aanjager van de groei. Nu blijven ze vaker weg. Het aantal overnachtingen door buitenlandse gasten nam af met 567.000, een daling van 3,2 procent. Het aantal overnachtingen door binnenlandse gasten daalde met 217.000, een daling van 1,1 procent.
Wat opvalt, is dat vooral gasten uit onze buurlanden minder vaak naar Nederland kwamen. Duitsland en België zijn traditioneel belangrijke herkomstlanden voor de Nederlandse logiessector. Het aantal overnachtingen van Duitse gasten daalde met 5,1 procent en dat van Belgische gasten met 4,9 procent. Samen waren zij goed voor 407.000 minder overnachtingen in ons land. Opvallend is dat in de eerste drie maanden juist meer Duitse gasten naar Nederland kwamen. De daling in april draaide dit beeld volledig om.
Het aantal overnachtingen in Nederland daalde in het eerste kwartaal met 2,2 procent. In België en Duitsland steeg het aantal overnachtingen nog licht, met respectievelijk 0,24 procent en 0,64 procent. De groei in onze buurlanden is dus beperkt, maar het verschil met Nederland is opvallend. De btw-verhoging lijkt op deze manier zichtbaar te worden.
Figuur 2:
Ontwikkeling overnachtingen eerste kwartaal 2026 ten opzichte van eerste kwartaal 2025.

Binnen Nederland groeit het aantal overnachtingen alleen in Gelderland nog, met 2,2 procent. Limburg laat een stabiel beeld zien. In alle andere provincies daalt het aantal overnachtingen. De daling is het sterkst in Zeeland, met 7,4 procent. Noord-Brabant en Drenthe volgen met dalingen van 6,6 procent. In Noord-Holland daalt het aantal overnachtingen procentueel minder sterk, met 1,2 procent. Toch is de absolute afname daar groot: 139.000 overnachtingen minder. Daarmee behoort Noord-Holland, na Noord-Brabant en Zeeland, tot de provincies met de grootste daling in aantallen.
Figuur 3:
Ontwikkeling aantal overnachtingen tot en met april 2026 ten opzichte van 2025.

Het negatieve sentiment onder ondernemers leidt op dit moment nog niet tot meer faillissementen in de horeca. Uit de conjunctuurenquête bleek recent dat 20 procent van de horecasector met problematische schulden kampt en dat bijna 40 procent de winstgevendheid zag verslechteren. Toch daalde het aantal faillissementen in de horeca in de eerste vijf maanden van 2026. Het aantal faillissementen ligt op een relatief laag niveau en is vergelijkbaar met 2018. De gevreesde faillissementenpiek na de coronaperiode lijkt daarmee vooralsnog uit te blijven, ondanks de uitdagende omstandigheden in de sector.

Tegenover het lage aantal faillissementen staat dat het aantal opheffingen nog steeds hoog is. In het eerste kwartaal van 2026 daalde het aantal opheffingen weliswaar met 280, tot een vergelijkbaar niveau als in 2024. Toch zijn dit nog altijd bijna 700 opheffingen meer dan in de periode vóór corona.
Een dalend consumentenvertrouwen leidt vaak tot de verwachting dat consumenten minder besteden in de horeca. Toch is dat verband minder sterk dan gedacht. Uit een recente analyse van Rabobank blijkt dat het algemene consumentenvertrouwen geen betrouwbare voorspeller is van daadwerkelijke consumptieve bestedingen. De deelindicator ‘gunstige tijd voor grote aankopen’ voorspelt de consumptie van duurzame goederen, zoals meubels, gereedschap of kleding, wél beter.
Hoewel die indicator inzicht geeft in de algemene koopbereidheid, is de voorspellende waarde voor horecabestedingen beperkt. De indicator gaat vooral over grote, vaak uitstelbare aankopen en minder over diensten zoals horeca. Horeca-uitgaven worden niet alleen bepaald door sentiment, maar ook sterk beïnvloed door prijsontwikkelingen. De forse stijging van horecaprijzen speelt daarbij een belangrijke rol. Hoge inflatie drukt het consumentenvertrouwen én vermindert de bereidheid om geld uit te geven aan niet-noodzakelijke diensten, zoals uit eten gaan.
Kortom: niet zozeer de inschatting of het een gunstige tijd is voor grote aankopen, maar vooral de combinatie van prijsstijgingen en druk op koopkracht bepaalt in hoeverre consumenten hun horeca-uitgaven aanpassen.